Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 54 — .
worden de hardste stoffen week als was, en laten zieh naar
onzen wil vervormen. Elementen van ligchamen, door de
innigste verwantschap onderling verbonden, worden door dit
almagtige oplossingsmiddel gescheiden, en voor de behoeften
en het vermaak der menschen afzonderlijk daargesteld. —
Slapend of wakend, binnen of buiten onze woningen, bij
nacht of over dag, in rust of in beweging, op het land of
in de stad, in de tropische landen of in de poolstreken;
overal zijn wij aan haren invloed onderworpen. Wij zijn
hare slaven. Zonder haar kunnen wij geen oogenblik leven,
en zonder eene genoegzame hoeveelheid warmte kunnen wij
ons geen oogenblik in ons leven verheugen. Zij beheerscht
ons genoegen en ons lijden; zij brengt ons op het ziekbed
en rigt ons van hetzelve op; zij is onze ziekte en onze ge-
neesheer. In de gloeijende hitte van den zomer versmachten
wij onder hare overmaat, en in de gestrengheid van dert
winter sidderen wij bij haar gemis (1)." Door de afwisse-
ling der temperatuur worden zoowel de luchtstroomen voort-
gebragt, die wij winden noemen, als de meeste andere lucht-
verschijnselen, wolken en nevel, regen, sneeuw en hagel,
dauw en rijp; bij grootere warmte verbranden de ligchamen en
kunnen tot verlichting dienen, zoo als het lichtgas; vele vaste
ligchamen smelten, vloeibare koken en gaan in damp over;
de stoomwerktuigen zien wij in zoo groot aantal, dat van
iedereen eenige bekendheid, zoo al niet met de bijzonderhe-
den van hunne zamenstelling, dan toch met de hoofddeelen en
een inzigt in hunne gezamentlijke werking gevorderd mag
worden; goede en slechte geleiders van de warmte, eindelijk,
gebruiken wij dagelijks, naar gelang van onze verschillende
bedoelingen. Daarom is de leer der warmte het voornaamste
hoofdstuk der natuurkunde in de volksschool, en de leerboeken
geven bijv. bij de beschrijving van het koken en het ver-
branden eer te weinig, dan te veel.
Daarentegen zoude ook menige afdeeling van de leer der
warmte weder geheel van het volksonderwijs behooren uitge-
sloten te worden. Zoo is wel de thermometer het physisch
(1) l)r. Lahoker, die Lehre Ton der Warme, 1830
, V. 3.