Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 52 — .
Daarom zegt Klöden ook(l): „Proeven met de luchtpomp
behooren, naar ons inzien, als te ingewikkeld, niet tot den
voorbereidenden cursus."
vijfde afdeeling.
Het geluid.
Met de leer van het geluid betreden wij een gebied, dat
in de school zelden veel bijval gevonden heeft. Wel maakt
zich de verbeeldingskracht gaarne eene liefelijke voorstelling
van de geluiden der Aeolus-harp, liefelijk als hemelsche too-
nen; wel hooren dc kinderen gaarne spreken over de echo
aan de Casa Simonetta, bij Milaan, en de Loreley, hoe zij
door de woorden te herhalen, de voorbijzeilenden schijnt te
bespotten; en het mag aantrekkelijk zijn in het Oor van
Diontsius bij Syracuse den achterdochtigen tiran zijne onge-
lukkige slagtoifers te zien beluisteren, of door de waarzeg-
gende Turken de toekomst te hooren verkondigen. Van al
het opgenoemde kunnen toch zoo min de zeldzame Aeolus-
harp, als de elliptisch gebouwde spreekgewelven, of de bij
ons zonder praktische toepassing geblevene spreekbuizen bij
het eerste onderrigt op eene plaats aanspraak maken. Voor
de school komt het in het rijk der toonen niet aan op een
. veelomvattend weten, maar op het kunnen, niet op eene
theorie der muzijk, nog veel minder op eene theorie van het
geluid. De algemeene beschaving vordert bekendheid met
het ontstaan van het geluid en met deszelfs voortplanting door
de lucht. Hoe echter elke soort van geluidgevende ligchamen
trilt, waar de knooplijnen liggen, hoe Chladni door zijne
figuren de in rust verkeerende plaatsen zigtbaar gemaakt heeft;
in welke verhouding voorts de lengte der snaar van de kleine
terts tot die van den grondtoon staat, hoe de aantallen der
trillingen zich onderling verhouden, wat men onder gelijk-
zwevende temperatuur moet verstaan; behoort daarom niet
(1) In de recensie van EmsmaNiN's Vorbereitender Cursus der Experimenlal-
Pliysik in bet Schulbltttt für die Provins Brcmdenhiirg, 1837, p. 315,