Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 44 --
Met regt zoude deze voorstelling der natuurkunde als voor-
beeld voor de populaire behandeling kunnen dienen (1).
Vooreerst verdienen de verschijnselen van den val der lig-
chamen eene plaats bij het volksonderwijs, daar zij leiden
tot de oorzaak, de zwaartekracht, die zich werkzaam toont
in de verschijnselen van evenwigt en beweging; maar «en
naauwkeuriger onderzoek naar het verband tusschen valhoogte,
valtijd, snelheid bij het begin en bij het einde, zoude of ma-
thematische beschouwingen, of kostbaardere werktuigen vor-
deren , zooals den toestel van Atwood , of het hellend vlak
van Gtalilei. De kromlijnige, vooral de centraalbeweging,
is beter op hare plaats in de astronomische aardbeschrijving (2).
De laatste cursus van de aardrijkskunde mag den leerlingen
Newton toonen, hoe hij in zijne geboorteplaats peinzend on-
der eenen appelboom zit, en door het neervallen van eenen
appel opmerkzaam gemaakt wordt op de zwaartekracht, en
nu op de gedachte komt: Hoe zoude het zijn, als de top
van den boom tot aan de maan reikte? zoude de vrucht dan
ook op den grond gevallen zijn? Het verder voortzetten
van deze reeks van gedachten voerde hem tot het aannemen
der centraalkrachten. In de natuurkunde komen zeer weinige
bewegingen voor, die de behandeling der centraalbewegingen
noodzakelijk maken; de beweging door den stoot of den schok
is voor het dagelijks voorkomende zonder eenig praktisch
(1) Hoe weinig sommige stellingen uit de leer der beweging bij de proef-
ondervindelijke natuurkunde behooren, blijkt o, a. uit de handelwijze van
Grothe, die in zijn werk: «Die Experimental-physik, dargestellt in 28
lithograi>hirlen Tafeln , Hagen 1850," menige der hier besprokene stellingen ,
zonder bevestiging door proeven, eenvoudig opgeeft met de bijvoeging: » AVis-
kundig bewijs;" of »wordt mathematisch bewezen." Yergelijk p. 4 en 9.
(2) Vergelijk Diesteeweg, iehrbuch der mathem. Geogr., 2'. Aufl., 1844,
p. 138. — Schulze , die Astronomie in populärer Darstellung, Leipzig 1846,
p. 108 en 233. — ƒ ah», populäre Sternkunde, Leipzig 1843, p. 321. —
Hartbann, Urania, 2=, Aufl., Leipzig 1844, p. 225. — Morozowigz ,
Grundlüge der Astronomie, 1848, p. 65. — MäDLEH, populäre Astronomie,
2c. Aufl., 1846, p. 68. — Nürkbesgek , populäres Astronomisches Wörter-
buch, in de artikels: Centraibewegung, Centralkrufte, Centrifugal-, Ccn-
tripelalkraft, p, 140—164. — lirrrow, die Wunder des Himmels, 2'. Aufl.,
p. 532.