Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 --
Waarom moet men toch van alles bepalingen geven? On-
w^illekeurig denkt men aan het spatium descriptum (de be-
schrevene baan) der middeleeuwsche natuurkundigen, een zoo
weinig latijnsche uitdrukking, dat er nog eene geheele bepa-
ling van moest gegeven worden, of de evenzoo onklassische
uitdrukkingen directio (rigting), motus rectilineus of curvilineus
(regtlijnige of kromlijnige beweging). — Daarna worden dan
de eenparige beweging, de eenparig versnelde of vertraagde
beweging, die der voortgeworpene ligchamen en de centraal-
beweging, de niet vrije kromlijnige en de door den stoot
veroorzaakte beweging meer in het bijzonder besproken,
waarop dan terstond de leer van den hefboom, het hellend
vlak en de zoogenaamde enkelvoudige werktuigen volgt.
Dit is de geheele theorie der beweging, die in vroegere
tijden tot de natuurkunde behoorde, toen de werktuigkunde
nog met haar was verbonden, en zich nog niet als bijzondere
wetenschap van haar afgescheiden had. Wat zullen wij ech-
ter thans, nu de mechanica en de leer der werktuigen eene
hoogte bereikt heeft, waarvan men in het midden der voor-
gaande eeuw nog geen denkbeeld had, en wier kennis aan
de volksschool vreemd is, en vreemd moet blijven; wat zul-
len wij nu bij het onderwijs in de natuurkunde met de vol-
ledige en uitvoerige mechanische inleiding aanvangen?
Reeds Neumann zegt (Deel I, p. 732), nadat liij van de
algemeene eigenschappen, de beweging in het algemeen en
de inrigting van het heelal gesproken heeft, bij het hoofdstuk
over de zwaartekracht: „ Met dit hoofdstuk begint dat ge-
deelte der natuurkunde, dat men eigenlijk proefondervindelijke
natuurkunde noemen kan. Het in het 1'. en 2®. hoofdstuk
behandelde kan als voorbereiding daartoe beschouwd worden."
En de nieuwe wetenschappelijke natuurkunde ruimt aan de
algemeene theorie der beweging zoo goed als geene plaats
in (1), en begint dan ook de leer van evenwigt en beweging
terstond met den hefboom, de weegschaal en den vrijen val(2).
(1) Vergelijk Eisenwiir , p. 53.
(3) mülleb - PoiULiET, Lehrbuch, Deel i,
V. 22.