Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 42 —
algemeen af, zonder betrekking tot bepaalde stof, zonder be-
trekking tot bepaalde krachten. Bij werkelijk voorkomende
bewegingen mogen wij ons dan slechts op deze algemeene
waarheden beroepen." Wat Neumann, die volstrekt geene
methodische beschouwingen bedoelde, openlijk als zijne me-
thode bij de leer der beweging te kennen geeft, dat zeggen,
wel is waar, de populaire leerboeken niet; maar zij doen
toch niet anders. Er zijn twee zaken mogelijk; öf de stof
Imt zich niet anders behandelen, en dan behoort zij niet op
de volksschool; öf de als 't ware aangeërfde en zonder na-
denken 'aangenomene leerwijze moet veranderd worden, opdat
h«t meest bijzondere het fondament worde van het gebouw,
dat men wenscht op te trekken, en het niet meer gelijke op
eene piramide, waarvan men verlangt, dat zij op haren top
zal staan, terwijl het grondvlak in de lucht zweeft. Het
onmethodische van deze handelwijze laat zich naauwelijks voor
onkundigen verbergen, al moge men dan ook eene inleiding
kiten voorafgaan, zoo als deze: „ Gij weet, dat vogels van
den eenen boom naar den anderen vliegen, dat schepen op
het water varen, dat wagens over de wegen voortrollen,"
enz. Daaruit wordt dan de bepaling van beweging afgeleid,
volstrekte en betrekkelijke beweging, volstrekte en betrekke-.-
lijke rust onderscheiden, en de leerling terstond er opmerk-
zaam op gemaakt, dat er nergens in de wereld volstrekte
rust is, en dat hij dus den naam geleerd heeft van iets dat
niet bestaat. Op eenige voorbeelden van optisch zinsbedrog
volgt dan de bepaling van weg, van tijd en van snelheid (1).
(1) Koj grooter wordt dc Tcrwarring door lulke bepalingen, als: snel-
heid is de doorloopene ruimte, gedeeld door den tijd. De beste zuiver we-
tenschappelijke werken ontwijken bet geven van eene bepaling van tijd.
Zoo zegt J. V, PoNCELET in zijne classische » Mécanique industrielle, Liège^
1844," p. 22: » On conçoit un temps plus long ou plus court qu'un temps
donné. — Pour mesurer un temps il ne s'agit que d'obtenir des temps égaux,
et qui se succèdent sans discontinuité." Labdnek heeft gelijk, als hij op-
merkt : » Men kan zeggen, dat bepalingen bij het begin van eene weten-
schap zelden of nooit begrepen worden. Wij leeren de bcteekenis der woor-
den uit hun gebruik, en de uitdrukkingen, waarmede eene bepaling gegeven
wordt, worden eerst dan verstaan, als de bepaling niet meer noodig is."