Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 41 --
het resultaat, waartoe men door het bijzondere geleid wordt;
het abstracte pleegt, waar het leven in zich heeft, de kroon
te zijn, die door de levendige pilaren van concrete daadzaken
ondersteund wordt. Zoude men daarom niet liever de na-
tuurkunde met de algemeene eigenschappen besluiten? Dat
volstrekt niet! Want de uitgebreidheid, porositeit, deelbaar-
heid, ondoordringbaarheid, cohaesie, inertie, zamendrukbaar-
heid en uitzetbaarheid vormen een zamenstel van voorstel-
lingen van zoo verschillenden aard, dat men reeds moeite
heeft, een redelijken overgang van de eene eigenschap tot de
andere te vinden, en eenigermate eene verbinding er tusschen
daar te stellen. Eene leer, wier resultaat een mengsel van
zoo^ verschillende ingrediënten was, zoude zeker eene zeer
verwarde leer zijn!
Ja, nog meer, bijna geene enkele dezer eigenschappen staat
in organisch verband met eene reeks van physische verschijn-
selen. Ware dit het geval, dan zoude elke van die eigen-
schappen op hare plaats tusschen de andere moeten gevoegd
worden. Zoo echter zijn het opmerkingen, die men zonder
bedenken moet doorhalen, als men er voordeel bij wil hebben.
tweede afdeeling.
Beweging en evenwigt van vaste ligchamen,
In deze afdeeling worden bij Fischer (p. 39) eerst rust
en beweging in het algemeen, vervolgens de verschillende
soorten van beweging beschouwd, als daar zijn: de eenpa-
rige, de versnelde en vertraagde, de eenparig versnelde en
eenparig vertraagde, de zamengestelde, eenvoudige, vrije, on-
vrije, draaijende en trillende beweging, zoodat er bijna geen
einde komt aan het indeden, zonder dat de leerling eigenlijk
iets heeft om in te deelen. Hoe abstract en hoe weinig po-
pulair zulk eene leerwijze zijn moet, kan men afleiden uit de
volgende woorden van Neüm.vnn (Deel I, p. 30): „Daar
alle veranderingen van uitwendige verschijnselen bewegingen
zijn, zoo moeten de voornaamste wetten der beweging voor
alle andere behandeld worden. Wij handelen ze hier zeer