Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 31) —
ging tot rust, en de oude wijsgeeren vergelijken zo zeor on-
juist met een traag mensch, die zich wel kan bewegen, maar
zeer gehecht is aan rust. Beweging en rust zijn betrekkelijke
toestanden, en wanneer een ligchaam zich in den eenen of
in den anderen dier toestanden bevindt, dan geschiedt zulks
slechts ten gevolge van de krachten, die er op werken."
Zeer schoon beschrijft Pohl (1) dit bewegingvolle, zich voor
eene oppervlakkige beschouwing verbergende leven der anor-
ganische natuur. „Wanneer wij," zegt hij, p. 21, „eene
in beweging gebragte zee op eenen grooten afstand zien, zoo
is in 't groot de indruk van het zich aan ons vertoonende
beeld van eene schijnbaar rustige, spiegelgladde waterop-
pervlakte slechts het secundaire verschijnsel van het oor-
spronkelijke beeld, dat de golvende wateren in de nabijheid
ons vertoonen. Evenzoo is ook de schijnbaar rustige, on-
veranderlijke buitenkant van den steen, of het metaal, slechts
het secundaire verschijnsel van do op zich zelve onophoude-
lijk in werking zijnde massa, die, als het eigenlijke oorspron-
kelijke beeld van den grenspaal van den onmiddellijk uitwen-
digen waarnemingszin, zoo ver verwijderd is, dat wij daar-
door slechts den totalen indruk van schijnbare rust en passi-
viteit in het beeld, dat wij door het woord stof aanduiden,
ontvangen. De stof is dus inderdaad niet die op zich zelf
onregelmatige, doode massa, die naast den werkzamcn geest,
als eene vreemde, beslotene magt, in trage rust daar neder-
ligt; zij is zelf niets dan werkzaamheid, eene geheelheid, eene
volheid van rusteloos bowogene levenskracht, die in menig-
vuldige toonen en akkoorden in onzen geest weerklinken."
Alexander von Husiboldt laat in zijn verhaal: „ de levens-
kracht , of de rhodische genius " (2), den wijzen Epicharmus ,
te Syracuse, nadat hem eene getrouwe beschrijving van den
rhodisclien genius overgebragt is, voor zijne vergaderde loer-
(1) Ur. G. F. l'oiiL, das Leben der unorganischen Natur. Eine zur Gc-
dachtnissreier der 300jahriger Begründungszeit des Coijernikanischen Systems
den II'™ Juni 1843 zu Breslau gehaltene öffentliche Vorlesung.
(2) In de Iloicn, l. Bd., 1795, 5=. St., p. 90-90. Ook afgedrukt in
dc Ansichten der Natur von Alex, vom IIi'huglüt.