Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 38 --
derijen, waar men zich veel met de varkensteelt bezighoudt,
eene inrigting, waardoor het door ongedierte geplaagde vee,
terwijl het zich wrijft, om zich verzachting te verschaflfen,
zich zeiven kwikzilver inwrijft!
Doch genoeg van deze aanhalingen! Zij wijzen genoeg-
zaam aan, wat men er al bijgehaald heeft, om de algemeene
eigenschappen „ op te helderen." Met eene onaangename ge-
waarwording slooft zich de onderwijzer af aan deze weinig
vermakelijke stof. Eerst moet hij zijn best doen, om den ou-
derwetschen naam van ondoordringbaarheid aannemelijk te
maken, en de leerlingen te doen gevoelen, wat men daardoor
verstaat; en als men nu de meeste der moeijelijke eigenschap-
pen, als eënen overwonnen vijand, achter zich heeft, dan
wordt de weg nog moeijelijker; want het besluit van het
lang onderzoek der eigenschappen is (ten minste bij Fischer
en Poppe) eene der moeijelijkste, de inertie of traagheid der
ligchamen. Daargelaten nog, dat het juist geen beste prikkel
voor den leerling zoude kunnen zijn, als men de traagheid
onder de algemeene eigenschappen vermeldt, en aan haar een
lang hoofdstuk wijdt; daargelaten nog, dat het met deze
traagheid zeer bijzonder gesteld is, daar hier het trage lig-
chaam , als het eenmaal in beweging is, juist door zijne traag-
heid het verste komt; zoo geeft bovendien deze aan de lig-
chamen toegekende eigenschap een verkeerd denkbeeld van
de ligchamen en de geheele zamenstelling der natuur (1). In
de natuur is evenmin traagheid als dood; het werk van den
Schepper is vervuld van eeuwige beweging en onuitputtelijk
leven; rust toont zich in de schepping slechts daar, waar
aan de werking eener kracht zich eene andere tegenover stelt,
waar reactie zich tegen de natuurlijke ontwikkeling aankant,
„De stof," zegt IIoffmann (2), heeft geene bijzondere nei-
(1) Hior is hel woord traagheid behouden, omdat men het in de meeste
leerboeken aantreft; ieder, die een duidelijk begrip lieeft, wat inertie is,
moet inzien, dat het woord traagheid geheel iets anders uitdrukt. Het
hoogduitsche Beharrungsverm'ógen ^ het best door volhardingsvermogen te
vertalen, drukt beter het begrip van inertie uit. Vcrt,
(2) Dr. F. W. Hoffmann, Grundiüge der allgcmeinen Erdkunde , Stutt'
gart, 1850, p. 48.