Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 33 --
kan onmogelijk," zegt Lüben (1), „het regte, het natuurlijke
zijn, dat, wf t de kinderen het eerst aan het verstand kan
gebragt worden, wat geschikt is, hun liefde voor het onder-
werp in te boezemen." Hoe eenvoudig men de verklaring ook
make, wat natuurkunde is, altijd zal zij uitdrukkingen bevat-
ten, die alleen kunnen begrepen worden door hem, die reeds
cenigen tijd onderwijs in deze wetenschap ontvangen, en zelf
eenige waarnemingen gedaan heeft. Evenzoo moeijelijk, ja
nog veel moeijelijker, is het, aan den eerstbeginnende, liier
het kind, duidelijk te maken, wat men onder eene hypothese
te verstaan hebbe. Men vergist zich, als men gelooft, dat
het kind eene verklaring hiervan daardoor leert begrijpen,
dat men, zooals nog in een werk over natuurkunde van het
jaar 1846 geschiedde, er bijvoegt: „Zoo is het bijv. eene
hypothese, dat een lichtstraal door eene middenstof —■
aether —, die door het invallen van denzelven in beweging
geraakt, voortgeplant en op deze wijze tot de aarde gebragt
wordt, enz." — „Lichtstraal, middenstof, aether, in beweging
geraken van den aether, voortplanten! Armo kleine pasbe-
ginneude physicus, hoe zult gij bij zulke ophelderingen en
voorbeelden te moede zijn ? Verbaas u over die geleerdheid,
en geloof, daar, waar gij hadt moeten zien." voegen hier
de woorden van Müllek bij (2): „ Ieder die eene bepaling
van eene wetenschap tracht te geven, stelt zich bloot aan
het gevaar van onverstaanbaar te zijn; want eene wetenschap
laat zich niet, evenals een materieel voorwerp, of eene meet-
kundige figuur, door eene kenschetsende eigenschap bepalen."
En dat is nog pas de helft der inleiding; de andere helft
moet de liefde voor de zaak weder oj)wekken, welke door
de eerste verdreven is, en beschrijft daarom „ het onbeschrij-
felijk nut der natuurkunde (3)." Men pleegt daarbij tot lof
(1) Pädagogischer Jahresbericht für Deutschlands Tolkssehullehrcr, her-
ausgegeben von N»cke. 1". Jahrg. 1846, p. 144.
(2) In zijn uitmuntend vrerk; Fouillet's Lehrbuch der Physik und Meteo-
rologie, für deutsche Verhältnisse frei bearbeitet von l)r. Jon. Müller,
in zwei iiänden, 3;. AuH. mit 1200 in den Text eingedrückten Holzschnit-
ten, Braunschweig, 1847. lid. [, p. 2.
(3) Bijv. Poppe, neue (?) ausführliche allgemeine und Experimental
Nalurlchre. 2 Bände. Aull. Tiibingen, 1837. Bd. I, p. 6—9.