Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 32 --
dere ondersclieiden is, dan beoefent gij natuurlijke geschie-
denis, en komt tot de Zoölogie, Botanie of Mineralogie.
Zoekt gij echter naar natuurverschijnselen, natuurwetten en
natuurkrachten, dan houdt gij u met natuurkunde bezig.
Het gebied der scheikunde grenst echter zoo naauw aan dat
der natuurkunde, dat gij ze slechts met groote moeite van
elkander zult kunnen afscheiden. Merk nu voor alle zaken
ook nog wel op, wat een natuurverschijnsel, eene natuurwet
en eene natuurkracht is!" „ Heeft iemand eene hoeveelheid
arsenicum, een der sterkste vergiften, ingenomen, en wordt
deszelfs werking niet verhinderd, dan moet hij sterven. Dat
is eene natuurwet (1)-" Of wel: „ De bepaling der orde, waar-
in eene reeks van natuurvèrschijnselen elkander opvolgen, heet
natuurwet (2)." „ Alles, wat in staat is eene werking voort
te brengen, hetzij het een werkelijk voortbrengen is, of het
verhinderen van een ander verschijnsel, wordt kracht genoemd.
Men verstaat dus door kracht het vermogen om te werken (3)."
Dit is de van oudsher gevolgde methode, volgens welke
de lessen over natuurkunde geopend worden. Zij is wel
mild, daar zij den leerling zelfs overlaadt met gaven, die hij
niet gebruiken kan; maar zij is tevens belemmerend, dewijl
zü hem verwijderd houdt van dat wat hij zoekt; geesteloos,
omdat zij zaken mededeelt, die niemand begrijpt, en bedrie-
gelyk, daar zij schoonklinkende woorden in plaats van zaken
geeft. Zij gelijkt op eenen donkeren gang, die naar het stu-
deervertrek van een' geleerde uit de middeleeuwen voert, en
stamt af van die tijden, waarin de natuurkunde nog geene
ervaringswetenschap was, maar eene onvruchtbare bespiege-
ling, eene philosophia naturalis, die zulk eene redenering als
inleiding noodig had; zij is het half vergane portaal, dat
van een sedert lang in puinhoopen gevallen gebouw nog over
is gebleven, en thans de nieuwe gebouwen bedreigt. „ Dat
(1) Melos, p. S.
(2) Vieth , Gnuidrisi der Physik für Schulen, Ausß,, herausgegeben
Ton Dr. J. Götz. Zcrlst 1847, p. I.
(3) Hassensteim, Blicke in das Keich der Physik und Technologie für
höhere Töchterschulen. Leipzig, 1846, p. 1.