Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 29 —
verklaren, in 't kort zich met niets inlaten, wat tot een by-
zonder ambacht of eene enkele kunst dient. Daarentegen zijn
er praktische toepassingen, die voor het algemeene volksle-
ven van belang zijn, die overal in den handel en het dage-
lijksch verkeer gebruikt worden, en die iedereen, zonder dat
hij er naar zoekt, moet opmerken, zoo hij slechts zijne zin-
nen gebruikt. Zulke toepassingen zijn bij de leer van de
drukking der lucht, de pomp en de brandspuit; bij die van
het evenwigt van vaste ligchamen, de weegschaal; bij de
breking van het licht, de brillen; by do electriciteit, de blik-
semafleiders.
m. Terugheeren tot eenvoudige proeven en algemeen
bekende verschijnselen.
Zoo hebben wij, om de uitzetting van vaste ligchamen door
de warmte te toonen, geenen pyrometer noodig, maar wij
hebben slechts aan de roodgloeijende bouten van het strijk-
ijzer te denken, of aan een' kookpot, die koud zijnde door
de deur van den oven kon geschoven worden, en nadat
hij warm geworden was, niet weder er door kon uitgetrok-
ken worden. Evenmin hebben wij Wolla.ston's kryophoor
of de kunstmatige ijsbereiding door middel van de luchtpomp
noodig, om de door verdamping ontstaande koude aan te
toonen; maar wij herinneren ons het besprenkelen der ka-
mers, of de verkoudheid, die men zich door natte kleederen
ligt kan op den hals halen.
Dikwijls genoeg hebben groote paedagogen de noodzake-
lijkheid hiervan besproken, en even dikwijls heeft men op
hunne stem geen acht gegeven. Zie hier de meening van
Nieueijek: „Aan een met water gevuld drinkglas kan men
de wetten der cohaesie, de breking der lichtstralen, de zwaar-
te en elasticiteit der lucht, de werking der duikerklok,
en meer andere zaken zeer duidelijk maken. In iedere keu-
ken is gelegenheid om de werking der dampen aanschouwe-
lijk te maken (1)."
(1) Niemeijer, Grundsatic der Eriiehung und des UnterrichU, 2". Theil,
9=. AuJf;. //alle 1835, p. 261.
./i