Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 25
dus oordeelt Goethe in zijne gesprekken met Eckermakn,
„ werden scheikunde en plantenkunde aangemerkt als tot de art-
senijmengkunde behoorende ; thans zijn zij afzonderlijke, onover-
zienbare wetenschappen geworden, waarvan elke een geheel
menschenleven vordert." „ De buitengewone vorderingen in
de natuurkundige wetenschappen," zoo laat zich Weerth uit (1),
„ werken als een sterke hefboom, zoowel in de bewegingen
van het geestelijke als van het ligchamelijke leven; men zoude
bijna kunnen zeggen, dat zij op nieuw geboren zijn." De
natuurkundige handboeken in het bijzonder beschrijven eene
menigte proeven, welke duizenden nimmer in de gelegenheid
zullen zijn te zien, en de physische kabinetten zijn rijk aan
toestellen, wier inrigting en zamenstelling voor even zoovelen
als een verzegeld boek bly ven. Becquerel (2) schildert tref-
fend deze moeijelykheid voor do populaire natuurkunde af:
„ Misschien moeten wij ook onder de oorzaken, die langen
tijd verhinderd hebben, en nog in zekere mate verhinderen,
dat de studio der natuurkunde, van een philosophisch stand-
punt beschouwd, onder het volk weinig verspreid is, de
weelde rekenen, die men bij de instrumenten aantreft, die in
do gehoorzalen tot proefnemingen dienen. Als een jong
mensch in zulk eene zaal binnentreedt, en voor de eerste maal
physische instrumenten ziet, wier kunstrijke versierselen met
de naauwkeurighcid wedijveren, zoo moet hij zich wel afvra-
gen, of men dan de natuurkunde niet met een goed gevolg
beoefenen kan, wanneer men niet de middelen bezit, om zich
zulke werktuigen te laten maken. Is zulk een jong mensch
aan zich zelf overgelaten, dan is reeds deze gedachte vol-
doende, om hem afkeerig te maken van eene studie, waar-
toe hij, voor hij nog een natuurkundig kabinet gezien had,
zulk eenen aandrang in zich gevoelde. Wanneer bij echter
(1) Weerih, der Haushalt der Natur; mit Toriujsweiser Berücksichti-
gung der Stellung des Menschen in demselben. Lemgo und Detmold,
184d, p. 326.
(2) M. Becquerel, Populäre Naturlehre mit besonderer Kücksicht auf
die Chemie und verwandte Wissenschaften, in neun Theilen, aus dem Franiö-
sischen von KiESZiiîiG. Stuttgart 1845. (Een leer geprezen, doch voor po-
pulaire bedoelingen, evcniccr als voor schoolgebruik, leer weinig geschikt werk.)