Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 24 --
ontaarden. Daarom verdient de volgende uitdrukking vaa
Fkick allezins behartiging: „ Dat men bij het onderwijs wel
veel tijd over zoude moeten hebben, wanneer men alle der-
gelijke aardigheden wilde vertoonen, zelfs- als men daartoe
de noodige werktuigen had, is uit zich zelf duidelijk." Kort
te voren had Frick den toovertreohter, de oliekruik der
weduwe, de tooverkan en de zeef der vestaalsche maagd
besproken, op pag. 83 van zijne in 1850 verschenen „Phy-
sikalische Technik, oder Anleitung zur Anstellung von physi-
kalischen Versuchen," een werk, waarin beschreven wordt,
hoe men de gewone zamengestelde natuurkundige werktuigen
vervaardigen moet, en waarin ondersteld wordt, dat men de
noodige middelen tot zijne beschikking heeft, om daarvoor
eerst zeven of acht honderd gulden, en jaarlijks, althans in
het begin, honderd gulden te kunnen uitgeven. Evenzeer als
men het moet vermijden, om de kinderen die speelwerktui-
gen te toonen, die zich slechts in natuurkundige kabinetten
bevinden, en alleen door hunne gedaante en hunne nieuwheid
aantrekkelijk zijn; evenmin kan en mag men de verklaring
van zoodanige werktuigen achterwege laten, die zich in het
bezit van de meeste leerlingen bevinden, en daardoor alge-
meen bekend zijn geworden. In zulke gevallen komt het er
op aan, in het bijzondere de werking der natuurkrachten aan
te wijzen, en aldus van het spel tot ernst en nadenken te leiden.
III. Achterwege laten van alle ingewikkelde proeven,
en zamengestelde toestellen.
Op het gebied der natuurkundige wetenschappen kan men
juist het tegendeel beweren van hetgeen Rousseau in zijnen
Emile zegt over den omvang van de algemeene kennis en van
die der geleerden (1). Elke afdeeling van deze laatste heeft
eene ontwikkeling verkregen, waarvan zelfs velen onder de
beschaafden naauwelijks een denkbeeld hebben. „ Vroeger,"
(1) Emile, livre l: Si l'on partageait toute la science humaine en deux
parties, l'une commune à tous les hommes, l'autre particulière aux savans,
celle-ci serait très-petite eu comparaison de l'autre.