Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 22 --
gebreiden en steeda toenemenden inhoud zich ooit in eene
meer algemeene belangstelling zal kunnen verheugen." Hoe-
wel nu de natuurkunde zich in hare wetenschappelijke behan-
deling van het wiskundig kleed ontdaan heeft, dat in eenen
vroegeren lijd haar geheel dreigde vast te klemmen, zoo zijn
er toch geheele afdeelingen, welke wiskundige beschouwingen
te hulp nemen, ja zelfs zonder deze geene naauwkeurige ont-
wikkeling toelaten. Van deze gedeelten kunnen bij het eerste
natuurkundig onderwijs slechts die eene plaats vinden, welke
op eene elementaire wijze kunnen behandeld worden, of bij
welke eene meer oppervlakkige beschouwing voldoende kan
gerekend worden tot het doel, dat men zich bij het lager on-
derwijs voorstelt. Tot het mathematisch gedeelte, dat zoude
moeten achterwege blijven, moet voornamelijk gebragt wor-
den: 1) de afleiding der bekende formules voor de eenparige
beweging: s~ct, t-- en c — 'f, waarin s den weg, t den
tijd en c de snelheid aanduidt; evenzoo van de meer inge-
wikkelde voor de eenparig versnelde, zooals cz:z\/ 2gs, en
voor de eenparig vertraagde beweging; — 2) de constructie
der lijnen, beschreven door voortgeworpene ligchamen, of door
een ligchaam, waarop centraalkrachten werken, en de aflei-
ding van deze van het parallelogram der krachten; — 3) de
wiskundige beschouwing van het hellend vlak, waarbij van
de gelijkvormigheid der driehoeken wordt gebruik gemaakt; —
4) de bijzondere betrekkingen tusschen de toonhoogte, het
aantal trillingen en de lengte van eene snaar; — 5) de bij-
zondere beschouwing der beelden, die door spiegels en len-
zen ontstaan; — G) de mathematische uitdrukking voor do
breking van het licht, volgens welke de sinussen der hoeken,
die de lichtstraal in de beide middenstoffen met de normaal
maakt, voor elk paar middenstoffen eene standvastige ver-
houding hebben (1); — 7) de naauwkeurige wiskundige
beschouwingen bij de verklaring van den regenboog, enz.
Men leide uit de voorwaarden, die hier gesteld worden, niet
af, dat wij niet van meening zouden zijn, dat de wiskunde
(1) Zie Fischer, H'. ilruk , p. 319.