Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15 --
Bij de behandeling der natuurkunde door lezen kan het ons
niet verwonderen, dat Harnisch (1) in zijne ontevredenheid
over zoodanige handelwijze uitriep: „ Het is een gruwel, zoo-
als de leer der verschijnselen tot nog toe behandeld is. Een
verschijnsel kan slechts aan en door het verschijnsel begre-
pen worden. Door de enkele woordenleer (philologie) ge-
leid , meende men, dat ook hier het woord voldoende was."
Harnisch zelf begrensde en rangschikte de stof voor de volks-
school op de volgende wijze: „ Op de delfstoffen volgen de
verschillende verschijnselen der levende stoifen. Vervolgens
de verschijnselen van het water, zooals ijs, dauw, rijp,
sneeuw, hagel, regen, wolken; dan die der gassoorten en die,
welke door de barnsteenkracht (electriciteit) veroorzaakt wor-
den. Ook de gewone verschijnselen van het magnetisme be-
hooren nog hierbij. Het zoogenaamde dierlijk magnetisme
kan men overslaan; want van dit zoude men zich soms tot
het voorspellings-vermogen verheffen, en misschien later nog
hooger (Wahlverwandtschaften und Leben und Dichtungen
van G-öthe)."
De methode van Pestalozzi, het'heil, dat van de ber-
gen nederdaalde," had de natuurkunde zelve zoo goed als
onaangeroerd gelaten. Toen Zelleu uit zijnen werkkring te
Heilbronn naar Königsberg beroepen werd, om in Pruissen,
Pommeren, Silesie en het Marksche, normaalscholen tot oplei-
ding van toekomstige en het beoordeelen van reeds aange-
stelde volksonderwijzers in te rigten, werd van de zijde der
Wurtembergsche regering als voorwaarde van zijn ontslag
gevorderd, dat hij „ zich zoude verbinden, elke vraag, die
op de methode of hare toepassing betrekking had, ook schrif-
telijk te beantwoorden." Onder de daarna door het Opper-
Consistorie gestelde vragen luidde de vijfde: „ of uwe me-
thode enkel voor de formele opleiding berekend is, of dat
zij door u ook reeds op reaal - kundigheden is toegepast, en
welke van deze laatste volgens deze methode reeds door u
bewerkt zijn?" De zesde vraag was: „Indien gij deze
(1) Cm. W. Harnisch, Deutsche Volksschulen, mit besonderer Rücksicht
anf die Festaloiiischen Grundsatic. Berlin 1812, p. 140.