Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 13 --
selen van alle in onze burgerscholen te behandelen leerstoffen
in eenen voor den leerling en voor den onderwijzer geschik-
ten vorm moest» voorstellen." De natuurkunde begint daar
p. 28 met de woorden: „ Alles wat zigibaar of voelbaar is
en eene ruimte beslaat, heet ligchaani. Aarde, vuur, lucht
en water zijn ligehamen. De ligchamen hebben verschillendo
eigenschappen." Verder leest men: „Het vuur is het fijnste
en ligtste van alle ligchamen; daarom dringt het overal in;"
en toch was voor den regterstoel der wetenschap de vuurstof
of het phlogiston reeds lang als eene dwaling erkend, ja zelfs
Lavoisiek, aan wien de wetenschap de juiste beoordeeling
van hetgeen bij de verbranding geschiedt, te danken heeft,
was reeds lang onder de bijl van regters gevallen, wier
Voorzitter niet schroomde te verklaren: nous n'aoons plus
besoin de savans. Regt naïf worden de verschijnselen vaa
den dampkring behandeld: „ waterdampen, die de planten
des nachts uitzweeten (!) en zich op de bladeren in druppels
verzamelen, heeten dauw. In de bovenlucht zweven besten-
dig veel olieachtige en zwavelachtige dampen (1). Als deze
dampen door wrijving ontvlammen (!), ontstaat de bliksem.
Somtijds ontvlammen in de lucht olieachtige dampen, die er
uitzien als sterren (!), en bij het neervallen uitgedoofd wor-
den; deze noemt men vallende sterren. Als vurige dampen
onder de aarde ontvlammen en den grond doen schudden,
ontstaat eene aardbeving." (?)
Waarbij het toegekomen is, dat die encyclopaedische hand-
boeken zooveel opgang maakten, blijkt duidelijk uit een school-
(1) Over deie wonderlijke soort van dampen, die als een onding in de
populaire meteorologie Tan dien tijd optreden, laat Ji'NKER (Th. I, N°. 160)
xieh aldus uit: » Datgene, wat wij in de lucht zien, zijn opgeloste deelen
van andere ligchamen , zooals sto/^ waterdamp, olieachtige dampen, zout-
achtige en zwaveldampen. Deze stijgen onophoudelijk uit de aarde op, en
wel zoo, dat lij in de vermelde volgorde xieh steeds hooger verheffen, waar
2ij dan zoo lang in de lucht zweven, tot zij zich ergens te zeer ophoopen,
en als regen, sneeuw, vuurbollen cn dergelijke neêrvallen." Uit zulke fa-
belachtige, laagsgewijze boven elkander gegroepeerde dampen, zoude ook de
honigdauw ontstaan. Th. I, No. 178: »De honigdauw bestaat uit olie-
achtige dampen^ die uit de boomen en kruide« opstijgen , doch weldra we-
Her neêrvallen."