Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 —
kennis der natuur te onthouden, vinden wij reeds in zijn
algemeener gezegde: „ Ik leef onder landlieden, ik heb me-
delijden met het volk, — zij weten noch van datgene, wat
zij hebben, een goed gebruik te maken, noch dat, wat zij
niet krijgen kunnen, zonder spijt te ontberen." Even als
de kinderen van den landman volgens het verlangen van Eo-
CHOW den inhoud van een vlak moesten kunnen berekenen,
opdat zij zelven den vlakte-inhoud van een veld zouden kun-
nen bepalen; zoo was het ook het nuttigheidsbeginsel, dat
tot mededeeling van natuurkundige eigenschappen aanspoorde,
en den omvang van hetgeen hun zoude medegedeeld worden,
bepaalde. „ Wanneer gij, lieve kinderen," zegt Rociiow tot
besluit van hetgeen hij uit de natuurkunde hun onderwezen
heeft (1), „ landbouwers zijn zult, zoo verheug ik mij in do
nuttige verbeteringen, die gij aan uwe gereedschappen zult
aanbrengen. Bijv. hoeveel gemakkelijker zouden de paarden
aan den wagen trekken, wanneer de disselboom lang en
sterk gemaakt en op eene andere wijze bevestigd was,
dan nu geschiedt; wanneer de raderen zuiver rond waren,
en de as juist in het rad paste, en de voorraderen even hoog
als de achterraderen waren, en de paarden twee aan twee,
of twee aan de stang en slechts een er vóór gespannen
werden? Ziet! dat alles hebt gij hieruit kunnen leeren. De
disselboom is een hefboom; de raderen zijn rollen; het lang
Span is de nuttige verwijdering van den last (?), ten einde des
te beter te kunnen aankomen en voorttrekken." Al moge ook
het beginsel van onmiddellijk nut ons als iets eenzijdigs, en
de beperking tot hefboom, schroef en katrol als eene al te
naauw getrokkene grenslijn toeschijnen, zoo moet men toch
bedenken, dat dit niet alleen een eerste zaadkorrel was op
een' onbebomvdon, verwilderden grond; maar vooral ook dat
die tijd het verwijt van nutteloos te zijn zoude hebben uit-
gesproken tegen al het nieuwe, d.it, zonder zelf onmiddellijk
nut aan te brecgen, zich in den weg stelde tegen het veld-
(I) Vcrgclijk Fr. E. vom Rociiow, Vcrsuch eines Sohulbuclis für Kinder
der LaniUeute, oder Unlerriclit für Lehrer in nicdern und Landschulen.
Zweite Auflage. Berlin 1770, p. 149.