Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 157 — .
h. Tot bewijs, hoezeer de wrijvings - electriciteit, als zij
ergens opgehoopt is, eene neiging heeft om uiteen te stroomen
en zich over de naburige ligchamen te verspreiden, diene de
volgende proef, die voor de kinderen belangwekkend is, cn
gemakkelijk door hen zelven kan genomen worden. Men
neemt goed droog schrijfpapier, en knipt daaruit een reep,
twee vingers breed en van de lengte van een kwartoblad;
dan steke men eene lamp of kaars aan en '^erwärme den reep
papier, door dien boven de vlam te houden ('swinters is het
voldoende hem op den warmen kagchel te leggen), legge den
reep vervolgens op do tafel, en wrijve hem dan in de lengte
verscheidene malen met elastieke gom. Door dit wrijven wordt
het papier electrisch, zoodat het aan het tafelblad blijft vast-
zitten. Trekt men den reep met de eene hand van de tafel
af, en komt men met de andere er bij, dan beweegt zich
de reep reeds op eenen tamelijken afstand naar de hand toe,
om haar zijne electriciteit mede te deelen. Vóór elk nieuw
wrijven, moet het papier telkens op nieuw verwarmd worden.
c. Men wrijft de voorheen gebruikte glazen buis; in den
daaraan bevestigden bal zal zich de electriciteit ophoopcn.
Komt men met een sleutel daarbij, dan vertoont zich eene
vonk; metaal is een geleider der electriciteit (zie Proef 65).
Brengt men den knokkel van den vinger bij den bal, nadfit
men de glazen buis op nieuw gewreven heeft, dan verkrijgt
men ook eene vonk, als bewijs, dat ons ligchaam ook een
geleider voor de wrijvings-electriciteit is. De electriciteit springt
tot de geleiders over, daar zij door deze zich verder versprei-
den en in den grond komen kan. Brengt men daarentegen
eene lakstang bij den bal, dan zal men geene vonk krijgen;
zegellak is geen geleider der electriciteit; zij springt er niet
op over, want zij kan zich door hetzelve niet verspreiden,
noch verder haren weg nemen. Hetzelfde verschijnsel heeft
nu den knokkel bij het deksel, dan verkrijgt men eene verrassend sterke
vonk. — 3Ien verstaat door gevulcaniseerde elastieke gom die, welke met
iwavel of zw avel-arsenicum innig vermengd is. Hare elasticileit is zeer
groot, en vermindert niet door koude. Men doet wel, geen stuk van eene
/wai le, maar liever een van eene grijze kleur voor de electrische proeven
uil te toeken.