Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 4 --
tweede boek van zijn „ Emile": „ De zinnen ontwikkelen zich
het eerst bij het kind; daarom moet men het eerst er zich
op toeleggen om deze te veredelen; maar deze zijn het juist,
die men het meest vergeet en verwaarloost. — Oefent niet
alleen de vermogens der kinderen, oefent alle zinnen, die de
krachten regeren; gebruikt zooveel mogelijk ieder zintuig,
toetst de indrukken van den eenen zin aan die van den an-
deren. Meet, telt, weegt, vergelijkt!" In het derde boek van
den Emile komt de methode der sterrekunde, aardrijkskunde
en natuurkunde ter sprake, en voor deze laatste worden de
volgende voortreffelijke voorschriften gegeven: „ Het onder-
wijs in de natuurkunde beginne met de allereenvoudigste erva-
ring, zelfs niet met werktuigen. Deze moeten liever uit zoo-
danige ervaringen te voorschijn komen, en, al zijn zij ook
nog zoo onvolkomen, door den onderwijzer en den leerling
zeiven vervaardigd worden. — De talrijke werktuigen, die
men uitgedacht heeft om ons bij het nemen van proeven te
leiden en de ongewisheid der zinnen te hulp te komen, zijn
oorzaak, dat men de zinnen minder oefent. Hoe volkomener
onze instrumenten worden, des te ongevoeliger en ongeschik-
ter worden onze zintuigen. Eene zuiver speculatieve kennis
is niet geschikt voor kinderen, zelfs niet voor hen, die reeds
den jongelings - leeftijd naderen. Maar gij moet er op letten,
dat alle proefnemingen eene keten vormen, ten einde ze met
behulp van die keten in het verstand te kunnen rangschik-
ken ; want geheel alleenstaande daadzaken en bewijzen blijven
niet in het geheugen."
Het moet van bijzonder belang zijn, de wijze te leeren
kennen, waarop Basedow wil, dat het natuurkundig onder-
wijs behandeld zal worden. "Want de beroemde stichter van
het Philantropinum te Dessau (1774) heeft niet alleen de
hoofddenkbeelden van Rousseau verwezenlijkt en in het le-
ven geroepen; maar hem komt ook do verdienste toe van het
eerst eenen goeden gang voor het onderwijs in de natuurhjke
historie vastgesteld te hebben, daar hij op de achtste en vol-
gende platen van zijn Plaatwerk de kinderen eerst enkele
dieren laat beschouwen, dan hun met behulp van de 86' en
87° plaat het een en ander „ van de behendigheid der die-