Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 154 — .
men dus van verre bewerken, dat op het andere station een
yzeren staafje zicli heen en weêr beweegt, en belioeft meit
dus slechts af te sproken , of bijv. de eerste beweging van
het staafje de letter a, de eerste en tweede i, enz. aanduiden zal.
Daar deze wijze van seinen echter voor het gewono ge-
bruik te omslagtig en tijdroovend zoude zijn, verbindt men
het zich bewegende ijzeren staafje met een rad, en het rad
met eenen wijzer, en deze beweegt zich op eene schijf, waarop
de letters geschreven zijn. Hoe meermalen het voor den elcc-
tro-magneet hangende ijzeren staafje heen en weêr gaat, des
te verder zal zich ook de wijzer op de schijf bewegen. Bij
ééne beweging er van zal hij op de letter a wijzen, bij
twee op b, enz. Elk woord wordt letter voor letter over-
gebragt; de wijzer wijst de letter aan, die bedoeld is, en
blijft een oogenblik daarbij stilstaan; daarentegen gaat hij
schielijk over de andere letters op de wyzerplaat heen, die
niet in het bedoelde woord voorkomen.
Proef 68. (De galvanoplastieh.)
a. Behalve het zinlc-kool-element, of een koper - zink - ele-
ment, dat voor galvanoplastiek eveneens voldoende is, neme
men een bierglas, en vuile het gedeeltelijk met kopervitviool,
dat men in water heeft opgelost, even als in Proef 64. Ver-
volgens bevestige men aan den van het zink komenden gelei-
dingsdraad een grooten ijzeren S2njker, door het blanke uit-
einde van den geleidingsdraad op eene blanke plaats van den
spijker te leggen, oi deze met een stukje koperdraad aaneen
te binden. De geleidingsdraad wordt daarna zoo omgebogen,
dat de spijker in het kopervitriool ingedompeld is. De elec-
triciteit moet nu, daar beide draden elkander niet aanraken,
haren weg door de vloeistof nemen. Weldra zal men den spij-
ker, zoover hij ingedompeld is, eene roode kleur zien aannemen
en zich met koper bedekken. De spijker wordt daarbij galvanisch
verkoperd. De electriciteit namelijk, zooals zij in het zink-
kool-element door aanraking van kool en metaal met vloei-
stoffen wordt opgewekt, heet naar haren ontdekker Galvani,
een' Italiaanschen geneesheer, galvanische electriciteit. liet ko-
pervitriool is een zamengesteld ligchaam, dat uit koper èn