Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 152 — .
draden mijlen ver van de batterij naar den electro-magneet
moeten geleiden. Onze telegrafen hebben echter slechts één
geleidingsdraad. In plaats van den tweeden, is aan den eenen
draad van de batterij eene groote metalen plaat bevestigd, en
digt daarbij zoo diep in den grond gegraven, dat zij zich in
vochtige aarde bevindt. De electriciteit der batterij gaat dan
door haren korten draad tot deze plaat, en van deze in den
vochtigen grond; deze is een goede geleider, en daardoor
komt de electriciteit mijlen ver tot eene dergelijke metalen
plaat, die aan het andere station in den grond begraven is,
en van welke een draad naar den electro - magneet voert. De
andere draad van den electro - magneet is aan den koperdraad
bevestigd, die op de houten palen langs den spoorweg rust,
cn tot aan de electrische batterij gaat. Zoo kan dan de elec-
triciteit der batterij door den grond tot den electro - magneet
komen, en door de draadgeleiding weder naar de batterij
terugkeeren. Zij stroomt door die mijlenlange ruimte met
eene verbazende snelheid in minder dan een oogenblik.
Men laat dus nu weder de kinderen het zink - kool - element,
of eene kleine batterij, zien, en zegt hun, dat zij zich die
moeten denken aan het eene station van den electrischen tele-
graaf, van waar geseind wordt. Men plaatse deze op eene
tafel, in een hoek van de kamer. Op eene andere tafel, in
den meest verwijderden hoek van de kamer, die het andere
station van den telegraaf verbeeldt, legge men den electro-
magneet. Om ze met elkander in verbinding te brengen,
heeft men twee koperdraden noodig, die eenige ellen lang, en
wier uiteinden blank gevijld zijn. De eene dier geleidings-
draden wordt aan den eenen draad der batterij bevestigd,
door beide met de blanke uiteinden tegen elkander te leggen,
en stevig met een dun koperdraad te omwinden; het andere
uiteinde van den eersten geleidingsdraad reikt tot den electro-
magneet, en wordt op gelijke wijze aan zijnen draad beves-
tigd. Met het andere uiteinde van den draad van den elec-
tro-magneet verbindt men den tweeden geleidingsdraad, eH
brengt dezen tot bij de batterij, zonder hom nog daaraan
vast te maken. Hot eene uiteinde van den tweeden gelei-
dingsdraad cn een draad van de batterij blijven dus nog vrij.