Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 148 — .
men, terstond al het metaal schoon te maken; de zinkcilinder
wordt met het roode poeder, dat men verkrijgt door twee
tigchelsteenen tegen elkander te wrijven, of ook wel met zand,
geschuurd. Het verdunde zwavelzuur kan bewaard en later
weder gebruikt worden; maar in dat geval moet men er een
paar druppels geconcentreerd zwavelzuur bijvoegen, opdat het
weder sterk genoeg zij. Het coke-poeder wordt uit den be-
ker geschud en gedroogd, en bij eene nieuwe proef op nieuw
met salpeterzuur bevochtigd. De poreuse beker echter moet,
nadat hij herhaaldelijk met water is uitgespoeld, op eene af-
gezonderde plaats bewaard worden, daar hij nog steeds rijk
is aan salpeterzure dampen, die de metalen sterk zouden
aantasten.
Onder den titel: „Zeer sterh werTcende en hoogst eenvoudige
electrische elementen," beschrijft D'. Reinsch, in Dinglek's
Polytechnisches Journal, 1850, p. 233, 1= Februarij-aflev.,
een galvanisch element, dat zeer veel overeenkomst heeft met
het zoo even beschrevene, doch een weinig meer zamenge-
steld is. Zijn voorschrift om het te vervaardigen luidt aldus:
„In eenen gewonen poreusen beker (Thonzelle), die 2 a 3
lood water kan bevatten, wordt een stukje coke gedaan,
waarin vooraf door middel van eene kurkboor een gat van
een halven duim geboord is. Rondom dit stuk doet men grof
cokepoeder, dat door eene zeef van het fijnere stof is bevrijd, en
dit wordt met gewoon sterkwater bevochtigd, waartoe onge-
veer 3 lood noodig zijn. Daarna wordt in de opening,van
het stukje coke een blank gevijld ijzeren staafje, zoo vast
mogelijk, ingedrukt, en van boven stevig omwonden met een
koperdraad, dat aan het andere uiteinde van een oog voor-
zien is. Aan den zinkcilinder, die uit gewoon, geamalgameerd
zink bestaat, wordt eene koperen pin gesoldeerd, waarop de
kopercilinder van het volgende element gedrukt wordt. Drie
zulke elementen zijn voldoende om een stroom voort te bren-
gen, waardoor het water zoo sterk ontleed wordt, dat aan
beide polen de gasbellen in grooten getale ontstaan. Twee
zulke elementen zijn voldoende om te verzilveren of te ver-
gulden. — Zulke elementen kunnen gedurende acht dagen
onophoudelijk werkzaam blijven, terwijl de werking nagenoeg