Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 144 — .
Graait deze met het daaraan vast zittende rad om, en brengt
zoo den wagen in beweging.
De wijde cilindrische ruimte der locomotief van den schoor-
steen tot aan den vuurhaard is de stoomketel. Daarin bevindt
zich water, en door dit water heen gaan van het vuur naar
den schoorsteen meer dan honderd metalen buizen, waardoor
de vlam gaat, opdat het water goed verwarmd worde en veel
stoom geve. De stoom verzamelt zich boven in, bijzonder
in het koepelvormige bovenste gedeelte der locomotief, en
komt van daar door buizen in den stoomcilinder. Bovenaan
hebben d^ locomotieven gewoonlijk veiligheidskleppen, dat is,
kleppen, die alleen naar boven opengaan, en door veêren, of
gewigten, neergedrukt worden, totdat de te sterk gewordene
stoomkracht ze opent, of de machinist den stoom, als hij
niet moet werken, er uit laat stroomen om de machine stil
te laten staan (1).

Proef 64. (De draadgeleiding langs den spoorweg en de
eenvoudige galvanische kolom.) De raderen der locomotief en
der wagens gaan over ijzeren staven (rails), snijden dus niet
in den grond in, en maken daarin geen spoor; het is ligt
in te zien, dat zij daarom eene veel geringere wrijving te
overwinnen hebben, en gemakkelijker kunnen voortrollen. Bo-
vendien bemerken wij langs de meeste spoorwegen nog een
draad, die op hooge palen rust, en van het eene station tot
het andere loopt. Deze draadgeleiding behoort bij den elec-
trischen telegraaf; zij is de weg voor de electriciteit, evenals
de rails voor de wagens. Hoe staat het dan toch eigenlijk
met die electriciteit geschapen?
Zooals men weet, ontstaat, om de zaak eens wat hooger
op te halen, galvanische electriciteit onder anderen door de
onderlinge aanraking van twee metalen. Maar het is zeer
moeijelijk, deze wijze van ontstaan door eene eenvoudige proef
(1) In scholen, waarin men op deien eersten, nog een tweeden natuur-
kundigen cursus kan laten volgen, loude men londer bedenken met Proef 63
den eersten cursus kunnen besluiten. Is echter de eerste cursus tevens de
laatste, dan lal men de volgende Proeven niet wel kunnen missen.