Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 141 — .
ger, dan bemerkt men in het midden eene donkere kern.
Brengt men schielijk een strijkzwavelstokje in die donkere
kern, dan zal het veel later ontvlammen, dan wanneer men
het in het buitenste gedeelte der vlam houdt; evenzoo wordt
een dun ijzerdraad, eene dunne breinaald, of eene piano-snaar
het eerst gloeijend aan den buitenkant van de vlam. De don-
kere kern bestaat uit lichtgevend gas, dat door de hitte uit
het kaarsvet, of uit het was, ontwikkeld wordt, doch niet
brandt, daar de lucht er niet bij kan komen. Alleen rondom,
waar de lucht vrijen toegang heeft, brandt het gas met hel-
dere vlam.
b. Kon de lucht van onderen binnen in de vlam dringen,
dan zoude het gas ook binnenin kunnen branden; de donkere
kern zoude verdwijnen, en men zoude een helder licht ver-
krijgen, zooals onze astraallampen het geven. Om zich van
het verdwijnen van die duistere kern te overtuigen, steke
men eene lamp met ronde pit aan. Men geve ook acht op
de dubbele luchtgaten van zulk eene lamp; de eerste laten de
lucht zoo opstijgen, dat zij van buiten tot de vlam kan ko-
men; door de andere stroomt de lucht binnen in de vlam
door de holle pit. Zulk eene lamp brandt daarom zoo hel-
der, omdat zij een dubbelen luchttogt heeft.
Proef 61. (De zuurstof.) Men verschaft zich een glazen
trechter, of bij gebreke van dien een wijd apothekersfleschje,
waaruit men den bodem geslagen heeft, vult den trechter
met versche bladeren van de eene of andere plant, en plaatst
hem omgekeerd in een geheel met water gevuld glas. Het
water moet daarin zoo hoog staan, dat de trechter geheel er
onder is. Daarop sluit men de bovenste opening van den
trechter met eene kurk, en giet een weinig water uit het glas.
Plaatst men dezen toestel in de zon, dan ziet men weldra
luchtbellen in het water opstijgen en zich in het bovenste ge-
deelte van den trechter begeven. Wanneer het water in den
trechter door deze zoo ver naar beneden gedrukt is, dat het
even hoog staat als het water in het glas, dan opent men
den trechter en houdt er terstond een aangeglommen hout-
spaantje in. Het zal ontvlammen en met eene zeer heldere