Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 139 — .
Analoge verschijnselen. Natte plantenstoffen, die op een
hoop liggen, zooals hooi, koorn, vlas, zelfs vochtig meel
en natte klei, w^orden zeer warm; pas geoliede of verniste
stof, die Stijf opeengepakt is, kan van zelf ontvlammen,
en tot poeder gestampte kolen zijn niet zelden in brand
geraakt.
Pkoef 57. (Het uitllusschen van het vuur.)
a. Men zette eene korte aangestokene kaars op de tafel;
men plaatse daar een gewoon lampenglas over, en drukke dit
stijf op het blad van de tafel, opdat van onderen geene ver-
sehe lucht bij de vlam kan komen. Is het glas van onderen
niet vlak geslepen, dan doet men wel, met de kaars op eene
dikke laag zand te plaatsen en het lampenglas in het zand te
drukken, opdat aldus de lucht afgesloten worde. Het licht
zal zeer schielijk uitgaan. Voor het branden is dus bovenal
noodig, dat er versehe lucht bij de vlam kan komen.
Het vuur gaat uit, zoodra de toestrooming van de lucht ver-
hinderd ivordt. Daarom bluscht men brandend vet door het
te bedekken; brandende gebouwen tracht men zoo af te bre-
ken , dat de brandende plaats bedolven, en tegen het toestroo-
men van versehe lucht beschut wordt; brandende schoorstee-
nen bedekt men met natte zakken, om het verder branden
te beletten.
b. Men plaatse onder een drievoetje eene brandende spiri-
tuslamp, legge daarop een metalen plaatje, en bedekke dit
met eene dikke laag zand. Op het zand legge men eenige
strijkzwavelstokjes; zij zullen wel warm worden, maar ge-
woonlijk niet beginnen te branden, alvorens een thermometer,
die met den bol op het warme zand geplaatst wordt, vijftig
en eenige graden aanwijst. Tot het branden is dus ten tweede
een hoogere warmtegraad noodig.
Koelt men dus een brandend ligchaam af, dan zal de vlam
uitgaan. Als men het vuur door water bluscht, dan brengt
men deze beide middelen te gelijk in toepassing; vooreerst
wordt door de verdamping van het water koude verwekt, en
tevens verhinderen de zich vormende waterdampen de toestroo-
ming van de lucht tot het brandende Hgchaam.