Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 138 — .
moet, als de zuiger naar beneden wordt gedrukt. Dezen uit-
weg vindt het door eene zijdelingsche buis, welke in eiken ci-
linder een weinig boven de klep in den bodem bevestigd is,
en naar eene rondom geslotene kast, den windketel, leidt.
Waar deze zijdelingsche buizen in den windketel uitkomen,
hebben zij eene zij-hiep, die zich alleen naar den windketel
opent. Is dus een cilinder van de brandspuit door het op-
trekken van den zuiger met water gevuld, en drukt men dan
den zuiger naar beneden, dan sluit zich de klep in den bo-
dem, en het water wordt door de zijdelingsche buis en hare
klep, die zich dan tevens opent, naar den windketel geperst.
De klop op zijde verhindert het tevens, bij de volgende op-
waartsche beweging van den zuiger, naar den cilinder terug
te keeren. Daar op die wijze water in den windketel gebragt
is, zoo moet de zich daarin bevindende lucht eene kleinere
ruimte beslaan, en wordt dus zamengeperst; zij tracht hare
vorige uitgebreidheid terug te krijgen, en het water te verdrij-
ven. Te dien einde heeft de windketel van onderen eene
opening, waaraan de slang van de brandspuit geschroefd
wordt. Uit deze wordt door de elasticiteit van de in den
windketel verdigte lucht een onafgebrokene en zamenhangende
waterstraal gespoten, terwijl het water uit de beide cilinders
stootsgewijze in den windketel gepompt wordt.
Pkoef 56. (Ontstaan van het vuur door vermenging van on-
gelijksoortige stoffen.)
a. Op een schoteltje legt men een si\ik]e gebranden kalk, en
giet daarop een weinig water. De kalk zal zwellen en zeer
warm worden. Daar bij deze vermenging van water en kalk
een hooge warmtegraad ontstaat, vordert het blusschen van
den kalk groote voorzigtigheid.
b. Men neme een zwavelstokje, zooals zij bij het zooge-
naamde chemische vuurgereedschap (Fixfeuerzeug) behooren,
en dompele het in sterk zwavelzuur, dan zal het terstond
ontvlammen. Daarom bevatten de fleschjes van dit vuurge-
reedschap sterk zwaveLsuur, dat op asbest geschonken is,
om het te diepe indompelen van het zwavelstokje te ver-
hinderen.