Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 132 — .
brengt men er eene massa lucht in, en drukt deze te zamen;
de spijker wordt wat vooruitgedreven. Blaast men sterker
en drukt daardoor de lucht nog meer te zamen, dan ver-
meerdert men daardoor hare uitzettingskracht, en de spijker
wordt er uitgedreven; hij vliegt des te verder, naarmate men
sterker er in geblazen heeft.
Wet. Hoe meer de lucht'zamengeperst wordt, met des te
grootere kracht tracht zij zich uit te zotten.
Pkoef 50. (De windketel of Heronsjlesch.) Om zich eene
fontein te maken, waaruit het water door den druk van za-
mengeporste lucht wordt in de hoogte gedreven, past men op
een apothekersflesehje eene kurk, die men eerst geklopt heeft
om ze week te maken, en die juist in den hals van het
fleschje past. Deze kurk doorboort men in het midden met
eene ronde vijl, en maakt de opening zoo groot, dat men er,
hoewel niet gemakkelijk, een stuk van eene steenen pijp, of
eene naauwe glazen buis, die wat langer zijn moet dan het
fleschje, door kan steken. Is dit geschied, dan vult men het
fleschje half met water, doet er de kurk met de buis op, en
schuift deze laatste zoover er door, dat zij bijna tot op den
bodem van het fleschje reikt. De flesch bevat bovenin lucht,
onderin water; blaast men nu door de buis er meer lucht in,
dan stijgt deze als kleine luchtbellen door het water op, en
verzamelt zich boven het water. Daar zal zich dus de lucht
in zamengepersten toestand bevinden; zij tracht zich uit te
zetten, drukt tegen het water, en drijft een straal daarvan
door het buisje in de hoogte. Kwam de glazen buis niet tot
in het water, dan zoude de ingeblazene lucht er weder uit-
stroomen , zoodra men met blazen ophield. De beschrevene
toestel heeft den naam van Heronsflesch, van den ouden wis-
kundige Heeo, tQ Alexandrië, en komt geheel overeen met den
windketel van de brandspuit.
Proef 51. (De drukking der lucht.)
a. Men -vuile een zeer groot glas met water, en dompele
eene van boven en onderen opene naauwe glazen buis, die iets
minder lang dan het glas hoog is, in het water. De buis