Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 — .
•waarmede men het glas neerdrukte, plotseling los, dan stijgt
het glas terstond naar boven.
c. Even als boven in het omgekeerde glas steeds lucht
blijft, die niet door water kan verdrongen worden, zoo moet
ook boven in eene groote van onderen opene kast, die men
loodregt in zee neerlaat, lucht blijven, en daarin zullen zich
menschen kunnen ophouden. Vroeger hadden de duikerklokhen
de gedaante van eene groote torenklok, doch thans doorgaans
die van eene vierhoekige, ruim 5 voet hooge kast. Zij wor-
den van gegoten ijzer vervaardigd; in den bovenkant zijn ver-
schillende openingen, waarin sterke glazen gezet zijn, die het
daglicht doorlaten. Binnen in de klok bevinden zich kleino
bankjes voor de personen, die onderduiken. De geheele toe-
stel hangt met een sterken ketting aan eene stollaadje, en wordt
met behulp van een windas en katrollen naar den bodem def
zee afgelaten, en weêr opgetrokken.
Pkoef 49. (De proppenschieter en blaaspijp.)
a. Een onder den naam van proppenschieter bekend speel-
tuig maken de jongens uit een tak van gewoon vlierhout,
waar zij het merg uitstooten, en op deze wijze eene holle buis
krijgen; voorts snijden zij van hout een steel, die een korten
handvat heeft, en iets korter is dan de buis. Op kleinere
schaal kan men dit speeltuig ook maken uit eene aan beide
uiteinden opene penneschacht, waarin gemakkelijk een klein
houten staafje kan geschoven worden. Aan beide uiteinden
der buis doet men er proppen in, veelal uit aardappels ge-
sneden , en die luchtdigt tegen den wand van de buis sluiten.
Drukt men nu met den stok de eene prop wat naar bin-
nen, dan wordt de zich tusschen de beide proppen bevindende
lucht zamengedrulst; zij tracht zich weder uit te zetten. Hare
kracht is echter nog niet groot genoeg, om de andere prop
weder naar buiten te drijven. Drukt men echter den stok
verder naar binnen, dan vliegt de eene prop met een harden
knal uit de buis.
b. De blaaspijp is eene eenige voeten lange, zorgvuldig uit-
geholde houten buis, waarin een met werk of draad omwon-
den spijker naauwkeurig past. Blaast men in de buis, dan
9*