Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
— L30 —
den regenboog ontleed. Houdt men het papier onder tegen
den muur, door welks vensters de zonnestralen vallen, dan
kan men de karaf zóó draaijen, dat de daarop vallende en
door haar gebrohene zonnestralen door het water weder terug-
gekaatst worden en op het papier vallen. Op het papier ver-
toonen zich dan gekleurde bogen, waarin men duidelijk dc
kleuren van den regenboog onderscheiden kan.
De regenboog. Wij nemen een regenboog waar, wanneer
wij de zon achter ons en juist voor ons eene regenwolk heb-
ben. Het zonnelicht valt op de regendruppels, wordt in deze
gebroken, en in 7 kleuren ontleed: rood, oranje, geel, groen,
blaauw, donkerblaauw (indigo) en violet. De regendruppels
kaatsen echter, daar hun achterwand donker is, de in deze
kleuren ontlede zonnestralen naar onze oogen terug. Dik-
wijls is de regenboog onvolkomen, omdat de regenwolk te
klein is.
Peoeb 48. (De elasticiteit der lucht en de duikerklok.)
a. Eene blaas worde, door er in te blazen, geheel met
lucht gevuld, zoodat zij geheel gespannen is, en dan stijf toe-
gebonden. Drukt men nu met den vinger op de blaas, dan
wordt hierdoor de daarin bevatte lucht zamengedrukt; laat
men den vinger weder los, dan zet zich de blaas door de
lucht weder uit, even als eene veêr, die men ineengedrukt
heeft, zich weder herstelt, zoodra de druk ophoudt. De za-
mengedrukte lucht zet zich weder uit, en neemt weder zoo
veel ruimte in, als zij eerst besloeg; zij heeft dus de kracht
zich uit te zetten, en toont zich veêrkrachtig of elastisch.
b. In eenen tamelijk diepen, met water gevulden schotel
dompelt men een omgekeerd drinkglas. Drukt men het glas in
loodregten stand naar beneden, dan zal er water indringen,
en de in het glas bevatte lucht zamendrukken. Drukt men
het glas nog dieper in, tot het geheel onder water is, dan
dringt er wel nog wat water in het glas, maar nimmer zal
het zich geheel met water vullen; boven in het glas blijft
steeds lucht. Waar lucht blijft, daar is geen plaats voor wa-
ter. De lucht in het glas is bovendien nog zamengedrukt,
en tracht zich weder uit te zetten; laat men daarom de hand,