Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 127 — .
bolgeslepen glas geplaatst, welke verschijnselen .zal men dan
waarnemen? Uit Proef 25 weten wij, dat een bol glas, of
brandglas, de stralen verzamelt of nader bij elkander brengt.
De uiteinden der voorwerpen zullen dus digter bij elkander
schijnen, en de omgekeerde beelden moeten kleiner worden.
Men steke eene kaars aan, en terwijl men in de linkerhand
een vel wit papier houdt, dat tot het opvangen van het ont-
stane beeld moet dienen, houde men met de regter het brand-
glas of bolgeslepene brilleglas. Men houde het glas verschei-
dene voeten van het licht verwijderd, en eerst zeer digt bij
het papier, dan zal men daarop eenen helderen kring bemer-
ken. Verwijdert men het glas wat meer van het papier, dan
wordt de kring kleiner, daar de lichtstralen door de breking
in het glas digter bij elkander gebragt worden; verwijdert
men het glas nog meer van het papier, dan vertoont zich
daarop de vlam van de kaars omgekeerd en verkleind. Houdt
men voorts het glas op eenigen afstand van het oog naar
niet al te nabij gelegene voorwerpen toe, dan ziet men even-
zoo, dat door een bolgeslepen glas verwijderde voorwerpen zich
verkleind en omgekeerd afbeelden.
Pkoef 45. (De donkere kamer en de lichtbeelden.) Men
make van bordpapier een vierkant kastje van de gedaante van
een dobbelsteen, zoo groot, dat de afmetingen wat meer dan
een palm bedragen; het moet van boven gesloten zijn, maar
aan eenen kant open, zoodat de achterkant ontbreekt. In
plaats van dezen wordt het kastje aan dien kant door door-
schijnend papier of een mat glas gesloten. In den voorkant
make men eene ronde opening, waarin men een buisje in-
schuift, waarin zich een bolgeslepen, door ijzerdraad vastge-
maakt glas bevindt. "Wikkelt men nu nog, om den achter-
kant tegen vreemde lichtstralen te beschutten, om het achter-
ste gedeelte van het kastje een vel papier, dat eene vierhoe-
kige buis vormt, en waarin men kan zien en het doorschij-
nend papier beschouwen, en schuift men de bewegelijke buis
met het boUe glas digt genoeg naar den doorschijnenden ach-
terwand, dan zullen daarop de boomen, gebouwen en men-
schen, die zich tegenover den voorwand bevinden, zich afbeel-