Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 124 — .
gebleven. Men ziet de vlam vergroot; maar ziet men ze ook
op dezelfde plaats, waar zij staat; of nemen de lichtstralen
door de breking misschien zulk eenen weg, dat wij, evenals
in Proef 39 het geldstuk, ook de vlam op eene andere plaats
vermeenen te zien? Om dit na te gaan, sluite men weêr één
oog, houde het brandglas digt voor het andere en beschouwe
de vlam van zeer nabij. Vervolgens trokke men schielijk het
glas weg, zoodat men de vlam met het bloote, ongewapende
oog ziet, en met verwondering zal men bevinden, dat de vlam
inderdaad veel digter bij het oog is, dan zij, door het glas
beschouwd, scheen. Voor een oog, dat zich dus digt achter
een bolgeslepen glas bevindt, vertoonen zich de ligchamen
daardoor niet alleen vergroot, maar ook verder verwijderd.
c. Bij menschen, die veel in de lucht leven, en gewoon
zijn hunne oogen op verwijderde voorwerpen te rigten, valt
het den oogen moeijelijk, nabijzijnde voorwerpen duidelijk op
te merken; ja bij de meeste menschen verminderen op verde-
ren leeftijd de vloeistoffen in het oog; zij beginnen de voor-
werpen , die zij willen zien, bijzonder ver van de oogen ver-
wijderd te houden, en kunnen 's avonds ter naauwernood an-
ders lezen, dan wanneer zij het boek achter het licht houden.
Hun oog is verziende geworden, en ziet slechts meer ver-
wijderde voorwerpen. Daar nu een bolgeslepen brilleglas, als
men het digt voor het oog plaatst, ons de nabijzijnde voor-
werpen zoo vertoont, alsof zij zich op grooteren afstand be-
vonden , zoo zijn bolgeslepene glazen goede brilleglazen voor
verziende menschen.
Pkoef 41. (Het holgeslepen brilleglas.)
a. Men zal zich ligt eenen bril met holgeslepene glazen,
zooals bijzienden ze dragen, kunnen verschaffen. Beschouwt
men, terwijl men het eene oog sluit, met het andere op den
afstand van een meter, eene aangestoken kaars, dan worden
de van deze uitgaande stralen zoodanig gebroken, dat het
licht zich verkleind, maar zeer duidelijk, vertoont. Maar
schijnt het ons nu toe digter bij, of verder af te staan, ais
wij het door dit glas beschouwen? Om dit na te gaan, houde
men weder het glas voor het eene oog, en zie hiermede strak