Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 122 — .
zij bij het opgaan zich aan onze oogen vertoont, de luchtla-
gen van den oostelijken hemel; deze kaatsen de daarop in-
vallende lichtstralen naar ons terug, en bewerken aldus de
morgenschemering, die een langzamen overgang uitmaakt van
de duisternis van den nacht tot de volkomene helderheid van
den dag.
Pkoef 38. (Be vlalcke spiegel.) Men vertoone den kinderen
een g^vonen, kleinen glazen spiegel; de achterkant wordt
hun vertoond, waardoor zij het verfoeliesel te zien krijgen,
dat uit bladtin en kwikzilver bestaat. Dit zoude men zonder
het glas niet zoo glad en blinkend kunnen maken, dat het
spiegelde. Het glas alleen zoude de lichtstralen niet terug-
kaatsen , maar er te veel doorlaten; alleen een ondoorschij-
nend ligchaam digt achter het glas maakt het tot een spie-
gel. Dit kan men aantoonen, als men een stuk kleurloos
glas neemt, en horizontaal boven eene olielamp houdt; aan
den onderkant zal het met lampzwart bedekt worden, en
daardoor eenigzins een spiegel vormen; de glasruiten toonen
ons ook spiegelend ons eigen beeld, als er gordijnen achter
hangen.
Het voorname verschijnsel, dat bij een vlakken spiegel op
te merken valt, is dat hij de lichtstralen naauwkeurig in de-
zelfde orde terugkaatst, als hij ze ontvangt. Houdt men eene
pen voor den spiegel, dan ziet men het beeld daarvan even
ver achter den spiegel, en in dezelfde grootte als de pen
zelve. Houdt men de pen op zijde, dan verandert ook de
plaats van het beeld, en het verplaatst zich naar denzelfden kant.
Behalve onze gewone spiegels, vertoonen de waterspiegel,
de oppervlakte van eene rivier, of van de zee, die, als zij
in rust is, de voorwerpen aan den oever afspiegelt, volkomen
dezelfde verschijnselen.
Pkoef 39. (Be Iréking der lichtstralen.)
a. Een niet al te klein drinkglas wordt met water gevuld;
in het water houde men een potlood in eenen schuinschen stand,
liet zal den schijn hebben, alsof het aan de oppervlakte van
het water gebroken is. AVij zien het potlood, omdat het naar