Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 —
Eenen hevigen wind kunnen wij hooren^ bijzonder wanneer
hij tegen vaste ligchamen aankomt; de beweging van de lucht
is met een loeijen verbonden, dat op dezelfde wijze ontstaat,
als het geluid in het algemeen.
Pkoef 36. (Het ontstaan van het geluid,) Neemt men eene
viool, en laat men de laagste, omsponnen snaar door den vin-
ger geluid ^even, dan zal men bij eenige opmerkzaamheid
eien, dat de snaar zich regelmatig heen en weêr beweegt.
De ttillende beweging der snaar wordt nog merkbaarder voor
het oog, als men ze wat minder spant, waarbij zij dan eeji
lageren toon geeft. Deze regelmatige bewegingen der snaar,
waardoor de loon ontstaat, noemt men trillingen. Drukt men
slechts met een vinger tegen de snaar en Iaat ze dan los,
dan keert zij tot haren vorigen stand terug, daar zij veer-
krachtig is, even als eene veêr, die men gebogen heeft, en
die van zelve weder hare vorige gedaante aanneemt.
Heeft men eene harmonica bij de hand, dan kan men aan-
toonen, dat ook door de trillingen van veêrkrachtige stalen
staafjes geluid ontstaat; en met een hollen sleutel, een fluitje,
of het een of ander blaasinstriunent, kan men ligt aantoonen,
dat ook de lucht, als zij tegen vaste ligchamen aankomt, in
geluidgevende trillingen kan gebragt worden. Het geluid ont-
staat dus door trillingen der lucht, en in het algemeen van
veerkrachtige ligchamen (1). Deze op de eene of andere wijze
verwekte trillingen deelen zich aan de lucht mede, en komen
tot ons oor, even als de golven van het water, die door het
inwerpen van een steen veroorzaakt zijn, tegen den oever slaan.
Be echo. Een elastische bal springt van den muur terug,
waartegen hij geworpen wordt, en de golven van het water
worden door den oever teruggekaatst, en keeren terug naar
de plaats, waar zij ontstaan zijn; evenzoo worden ook de
(1) Mea zoude nog; de trillipgen kunnen aantoonen, door eene klok, of
sctel, geluid te doen geven, en daartegen een klein metalen kogeltje te
laten hangen, dat dan door de trillingen van de klok of schel gedurig van
deielve wordt afgestooten,
Veit,