Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 118 — .
ken. Men moet het echter niet maken op de wijze, die in
vele natuurkundige leerboeken en leesboeken gevonden wordt.
De volgens die opgave vervaardigde slang draait in de rondte:
het kan echter niet de taak van den laagsten trap van het
onderwijs zijn, om deze draaijende beweging te verklaren.
Men neme daarom geen kaartpapier, zooals gewoonlijk wordt
opgegeven, maar zeer dun schrijfpapier, of fijn postpapier,
en snijde daar een stukje uit van de grootte van een rijks-
daalder. Dit stuk wordt tot een spiraalvormigen reep geknipt,
waarbij men aan den rand begint, volgens eene spiraallijn
steeds om het middenpunt heen knipt, en aan het middenpunt
zelf een zeer klein schijfje overlaat. Aan dit punt houde men
nu de slang, die met vele kronkels naar beneden zal hangen,
met de hand vast, en houde ze boven de vlam eener kaars,
of in de nabijheid van eene warme kagchel. De naar boven
stroomende warme lucht ligt het onderste gedeelte der slang
op, door hare zwaarte zinkt het weder, wordt vervolgens
weder opgeligt, en danst op die wijze op en neêr.
c. De luchtbollen. Wil men voor zich zeiven een luchtbol
van gewoon papier maken, dan doet men wel, hem eene mid-
dellijn van ten minste anderhalven meter te geven. Men zoeke
zoo dun mogelijk, maar toch stevig schrijfpapier uit, en plakke
met stijfsel zeven vellen in de lengte aan elkander, zoodat
men reepen krijgt van de breedte van een vel en bijna 2i el
lengte. Men make 16 zulke reepen, en geve ze, als zij droog
zijn , den vorm van tweevlakkige bolvormige sectoren, door ze in
het midden 36 duim breedte te laten, doch naar de beide uitein
den ze spits toe te knippen. Vervolgens hange men aan de
zoldering van het vertrek, of aan een daartoe gesehikten toe-
stel, eene kleine ronde bordpapieren schijf, in horizontalen
stand, op, plakke eenen der lancetvormige papierreepen met
het bovenste uiteinde daaraan vast, plakke den tweeden digt
daar naast, en tevens in do lengte met zijn rand aan den
rand van den eersten roep. Op dezelfde wijze gaat men voort,
tot alle 16 reepen boven aan het kartonnen schijfje en aan
elkander bevestigd zijn. Van onderen behoudt de ballon een
niet al te kleine ronde opening, en men plakt te dien einde
de benedenste uiteinden van de papierreepen om een cirkel-