Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 117 — .
zon hebben wij des zomers 19 tot 28 graden warmte, in den
winter 5 tot 16 graden koude. In den winter moet een ther-
mometer in een verwarmd vertrek 12 tot 16 graden warmte
aanwijzen, eene temperatuur, die voor de gezondheid het best
is. (IJs smelt bij O graden, water kookt bij 80 graden.)
Proef 34. (Het opstijgen van verwarmde lucht.) Om de
bewegingen van de lucht aanschouwelijk te maken, is niets
beter geschikt dan reepjes gewoon goudblad, dat men bij den
boekbinder voor zeer geringen prijs krijgen kan. Bij het
doorknippen van goudblad met eene schaar, moet men zorg
dragen, dat men het niet zonder eenige behoedzaamheid in
de hand neemt, daar het dan ligtelijk scheuren zoude; maar
men laat het goudblaadje tusschen de beide papieren liggen,
waartusschen men het koopt, houdt het papier tegen den dag,
om den vorm van het goudblad te kunnen zien, en knipt met
de schaar tegelijk de beide papiertjes met het daartusschen
liggende goudblad door. Men knippe op die wijze verschei-
dene reepjes van ongeveer 5 duim lengte, en een duim breed,
en plakt ze met het eene uiteinde aan een reep gewoon pa-
pier, om ze daaraan in de hand te kunnen houden.
Wil men nu het opstijgen van verwarmde lucht aantoonen,
dan steekt men een licht aan; de lucht daarboven zal verhit
worden. Houdt men het reepje goudblad boven de vlam, en
brengt men het er bij tot op eenen afstand van eene hand-
breedte, dan zal het plotseling naar boven vliegen, door de
opstijgende lucht in de hoogte gedreven. Hetzelfde geschiedt,
wanneer men des winters het reepje goudblad digt bij het
bovenste gedeelte van de kagchel houdt. Nog meer in het
oogloopend is dit naar boven stroomen der lucht boven het
glas van eene lamp.
Analoge verschijnselen.
'a. Vallen zonnestralen in eene pas schoon gemaakte cn nog
stoffige kamer, dan ziet men de stof tegelijk met de door do
zonnehitte verwarmde lucht opstijgen.
h. De dansende slang. Het onder don naam van de dan-
sende slang bekende speeltuig verdient vermeld te wor-
den, omdat dc kinderen het gemakkelijk zeiven kunnen ma-