Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 116 — .
vonden, ten eerste, dat het ijs steeds bij denzelfdcn warmte-
graad, bij dezelfde temperatuur, smelt, en'ten tweede, dat
ook het water in vlakke streken altijd bij dezelfde tempera-
tuur kookt. Wil men dus bij een thermometer, die reeds
gevuld is, de verdeeling maken, dan dompelt men den bol
eerst in smeltend ijs; door de koude zal het kwikzilver de
kleinste ruimte innemen, en den laagsten stand hebben; aan
het punt, tot hetwelk dan zijne oppervlakte reikt, maakt men
aan de buis een teeken, en noemt dit het ijspunt of vriespunt.
Daarna houdt men den thermometer overeind in den damp,
vlak boven kokend water; het kwikzilver zal stijgen; aan het
punt, tot hetwelk het klimt, maakt men weder een teeken,
en noemt dit het hoohpiint. De ruimte tusschen deze twee
punten verdeelt men met een passer in 80 gelijke deelen, en
brengt ook onder het vriespunt en boven het kookpunt, zoo-
ver als de buis het toelaat, even groote deelen over. Ieder
dezer deelen noemt men een graad. Bij het vriespunt plaatst
men het cijfer O, bij den daaropvolgenden 1; staat het kwik-
zilver tot daar, dan wijst het één graad warmte aan; staat
het tot aan het kookpunt, dan zoude het 80 graden warmte
aanwijzen. De graden onder het vriespunt noemt men koude-
graden (graden koude); bij het eerste streepje onder h«t
vriespunt plaatst men weder 1, bij het tweede 2, enz. Was
bijv. op eenigen tijd de oppervlakte van het kwik tot aan de
dorde streep onder het vriespunt gedaald, dan zoude het 3
graden koude aanwijzen. Alle thermometers, wier graadver-
deeling aldus ingerigt is, stemmen met elkander overeen; even
zoo veel graden als de eene aanwijst, geeft ook de andere aan.
Eenige opmerlcingwaardige warmtegraden. Men houde den
bol van den thermometer in de holte van de hand; het kwik-
zilver klimt schielijk tot boven de 20 graden, vervolgens klimt
het langzamer; ons bloed heeft 29 graden warmte. In de
•wenschelijk, hen OTeral van de jeugd af aan bekend te maken met die ther-
mometerschaal, die voor de meest doelmatige wordt gehouden, cn ook in
wetenschappelijke werken het meest gebruikt wordt.
rert.