Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 110 — .
Wet. Do weg, dien het licht beschrijft, is steeds eene
regte lijn.
Proef 27. (De schaduw, hare gedaante en rigting naar de
hemelstreken.)
a. Het ontstaan van de schaduw.
Men houde een stok of een liniaal zoodanig overeind, dat
de zon er op schijnt, en daarachter, op eenigen afstand,
een vel papier. Het papier wordt door de zon verlicht;
slechts op ééne plaats wordt het licht er aan ontnomen. De
liniaal laat de lichtstralen niet door; zij is ondoorzigtig.
Daarom is er eene plaats achter gelegen, die niet verlicht is,
daar het licht zich steeds volgens eene regte lijn voortplant.
Deze niet verlichte ruimte achter een verlicht ondoorschijnend'
ligchaam noemen wij schaduw. Kernschaduw, bijschaduw.
h. De vorm van de schaduw.
Men houde een vierkant stuk papier met de grootste op-
pervlakte naar de zon gekeerd, en vangt de schaduw op een
vel papier op; de schaduw zal vierkant zijn. "Vangt men de
schaduw van eene ronde schijf oji, dan is de schaduw cir-
kelvormig. De gedaante van de schaduw heeft dus eene
overeenkomst met den vorm van het ondoorzigtige ligchaam,
dat de schaduw van zich afwerpt. Houdt men nu echter de
ronde schijf met haren kant naar de zon gekeerd, dan zal
de schaduw den vorm eener regte lijn hebben. Men heeft
nu den stand van het ligchaam veranderd. De vorm van de
schaduw hangt dus niet alleen af van de gedaante, maar ook
van den stand van het ondoorzigtige, verlichte ligchaam.
Laat men een bol eene schaduw werpen, die men op een
stuk papier opvangt, waarop de zonnestralen loodregt inval-
len , dan kan men den bol wenden en draaijen, zoo als men
wil; onder alle omstandigheden zal de schaduw een cirkel zijn.
c. De stand van de schaduw.
Wordt de voorkant van een ondoorzigtig ligchaam ver-
licht, dan ligt de schaduw er achter. Het blad van de tafel
stelle de plaats voor, waar wij ons bevinden, het vlak van
den horizon; midden op de tafel plaatse men een loodregten
stok, of een boek, en een ergens anders geplaatste bol ver-