Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 109 — .
Analoge verschijnselen. Somtijds staan met water gevulde
karaffen zoo, dat de zonnestralen er op vallen, en dat de
zich daarachter bevindende ligchamen sterk verwarmd wor-
den, en ook wel in brand geraken.
Proef 26. (De regtlijnige voortplanting van het licht.) Een
half vel stijf, wit papier, of wit bordpapier, wordt tweemaal
omgevouwen, over de geheele lengte, zoodanig, dat de
breedte van het middelste gedeelte ongeveer 5 duim bedraagt,
en de beide andere 12 duim; deze twee worden naar den-
zelfden kant zoodanig omgebogen, dat zij loodregt staan op
het middelste gedeelte, waarop de geheele toestel op de ta-
fel rust. Men make voorts nog in het midden van eenen
der opstaande wanden een gaatje, waaraan men de grootte
geeft van een gewonen speldekop.
Houdt men nu dezen toestel met den doorboorden wand
in de nabijheid van de vlam van eene aangestokene kaars of
lamp, dan zal zich aan den niet doorboorden wand eene bij-
zonder heldere ronde plaats vertoonen. De van de vlam uit-
gaande stralen zijn door het gaatje tot aan den achterwand
doorgedrongen. Houdt men eene liniaal boven de opening
van den voorwand, en geeft men daaraan de rigting naar de
vlam toe, dan zal de verlichte plaats aan den achterwand in
dezelfde regte lijn, aan denzelfden kant van de liniaal liggen.
Vervolgens bewege men den toestel zijwaarts heen en weer;
de verlichte plaats zal zich dan ook heen en weêr bewegen, ■
en steeds zal men door middel van de liniaal kunnen aan-
toonen, dat de stralen van de vlam af door de opening tot
aan den achterwand eenen regten weg beschrijven; het licht,
de opening en de heldere plaats zullen steeds in eene regte
lijn gelegen zijn.
Analoge verschijnselen. Niet zelden vallen enkele zonnestra-
len in eene donkere kamer, of in eene kamer, waarin veel
stof is, en wij zien duidelijk, dat zij eene regte rigting heb-
ben; wanneer wij tusschen eene vlam en ons oog een boek
houden, en daardoor aan het licht den regten weg versper-
ren, dan wordt het voor ons verborgen. Waarom kunnen
wij door eene kromme buis niets zien?