Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 106 — .
in hoogere luchtlagen bekoeld, dan vormen zij wolken. Ne-
vel is niet anders dan wolken, die op den aardbodem lig
gen; wolken zijn slechts een nevel in de hoogere lagen der
lucht. De bewoners van het dal zien dikwijls de bergtoppen
in wolken gehuld, terwijl iemand, die op de hoogten der ber-
gen wandelt, door een nevel gaat. De schapenwolkjes op
den grootsten afstand van de aarde, de grootere wolken, die
de gedaante van een halven bol hebben; deze zijn waterdamp,
die, des voormiddags door de opstijgende lucht in koudere
streken opgevoerd, daar wat afkoelt, doch des namiddags
weder naar ^Nfarmere streken zinkt, zijnen wolkenvorm ver-
liest, en weer onzigtbaar wordt; de streepv^olken, die bij
zonsondergang eene groote pracht van kleuren vertoonen, en
de regenwolken van eene blaauwzwarte kleur.
Proef 23. (De dauw.) In een drinkglas, dat van bui-
ten zeer schoon is gehouden, giete men schielijk frisch, goed
koud putwater; het wordt daardoor plotseling sterk afge-
koeld; de zich in de kamer bevindende, grootendeels uitge-
ademde waterdampen in de nabijheid van het glas worden
eveneens kouder, worden verdigt tegen het glas aan, en wij
zeggen: het glas beslaat, 's "Winters behoeft men, zoo als
men weet, het glas slechts uit een koud vertrek te halen;
zoodra het in een warme kamer gebragt wordt, zal de be-
koelde en verdigte waterdamp zich als dauw tegen het glas
aanzetten. Zoo beslaat ook een met water gevuld glas in
den zomer, als wij er tegen ademen, en de vensterglazen,
wanneer zij door de lucht daar buiten afgekoeld worden.
Op dezelfde wijze ontstaat de dauw, als bij een' helderen
hemel en stille lucht na zonsondergang de voorwerpen op de
oppervlakte der aarde kouder worden en de hen omgevende
dampen afkoelen; het gras en de bladeren bekoelen het schie-
lijkste, en worden daardoor het sterkst met dauw bedekt;
bij bedekten hemel houden de wolken, als een scherm, de
warmte op de aarde terug, en eene sterke luchtstrooming
voert overvloedig warme lucht toe.
Zijn de voorwerpen op de aardoppervlakte zoo koud, dat
de dauw bevi'iest, zoo als in den winter de dauw aan de