Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 104 — .
in de hoogte stijgen; liet zijn luchtbellen, die in het water
bevat zijn. Is de vloeistof aanzienlijk warmer geworden,
dan ontstaan op den bodem van het glas groote bellen, die
ook in de hoogte stijgen, doch in het begin weêr verdwij-
nen , alvorens tot de ojipervlakte van het water te komen.
Dit zijn bellen van waterdamp, van water, dat door de warmte
tot dien luchtvormigen toestand is overgegaan, doch onder
hot opstijgen door de nog niet genoeg verwarmde vloeistof
eenigzins afgekoeld en daardoor gedwongen wordt, tot den
vloeibaren toestand terug te koeren. Is echter de geheele
vloeistof genoegzaam verhit, dan komen er hoe langer hoe
meer dampbellen op, zij brengen de geheele vloeistof in eene
golvende beweging, komen tot aan de oppervlakte van het wa-
ter, en barsten daar. Deze golvende beweging van eene ver-
warmde vloeistof, die door het opstijgen der dampen veroor-
zaakt wordt, noemen wij kóken. Hoe langer wij dit koken
laten duron, des te meer neemt het water af, want des te
moer wordt er van in damp veranderd.
Hetzelfde heeft plaats bij elke kokende vloeistof. Het zoo-
genaamde verkoken van spijzen. De deksel op eene kook-
pan , die het ontwijken der heete dampen en de vorming van
nieuwe verhindert, en bewerkt, dat de warmte het water
zelf te baat komt.
Wet. Door de warmte worden de drupvormige vloeistof-
fen in damp veranderd.
Pkoef 21. {De verdamping.)
a. Op een schoteltje giete men eenige druppels aetlier
(liquor, Hoffmann's druppels); na weinige oogcnblikken zal
elk spoor er van verdwenen zijn; de druppels zijn bij do ge-
wone warmte der luclit in damp overgegaan.
Analoge verschijnselen. Zoo vermindert ook dagelijks het
water, dat men in een open glas eenige dagen in de lucht
laat staan; de natte wasch droogt, en het op straat staande
regenwater verdwijnt. Deze dampvorming geschiedt langza-
mer dan bij het koken, cn zonder dat er dampbeUen opstij-
gen, alleen aan de vrije oppervlakte van het water; men
noemt ze gewoonlijk verdamping.