Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 103 — .
zoodat zich dan daarin het dubbele gewigt van het ledige
fleschje bevindt. Plaatst men eindelijk het met water gevulde
fleschje op de ledige schaal, dan zal deze het overwigt heb-
ben ; het gevulde fleschje is dus meer dan tweemaal zwaar-
der dan het ledige; het water in het glas is dus zwaarder
dan het ledige fleschje, en dit, met enkel lucht gevuld, dus
stellig ligter dan de door hetzelve bij het indompelen ver-
drongene watermassa. Daarom drijft het.
Analoge verschijnselen zijn het drijven van de olie boven
het water, het drijven van uitgeholde metalen voorwerpen,
koperen booten, beladene schepen. De zwaarte van den .
mensch en voorzigtigheidsmaatregelen tegen het verdrinken.
Wet. Een ligchaam drijft, als het ligter is dan de door
hetzelve verplaatste watermassa.
Pkoep 20. (Het koken.) Om naauwkeurig waar te nemen,
wat bij het water geschiedt, als het kookt, moet men water
verhitten in een glas met dunne wanden, waartoe de zooge-
naamde kookkolven het best geschikt zijn, die gewoonlijk
bij chemische proeven gebruikt worden; eene grootere medi-
cijnflesch zal ook goede diensten kunnen bewijzen (1). Bo-
vendien neemt men een drievoetje, of een komfoortje, zooals
men gewoonlijk onder de koffljkannen plaatst, legt daarop een
metalen plaatje, en bedekt dit met een vingerdik zand, op-
dat het glas niet springe; op het zand plaatst men dan de
kolf, die ruim half met water gevuld en van boven open is,
en onder den drievoet eene brandende spirituslamp.
Weldra zullen zich in het glas kleine parels vertoonen, die
(1) ETCnioo kan men hiertoe een van de voor latere Proeven bestemde re-
ageerbuisjes gebruiken. Men houdt het in de hand, en doet er, daar, waar
men het wil aanvatten, een touwtje of een reep papier om. Gemakkelijker is
het, wanneer men een' gegloeiden koper- of ijierdraad neemt, dezen digt
bij de opening eenige malen om het buisje windt, en het andere uiteinde
op een plankje bevestigt, zoodat de draad den cilinder boven dc vlam houdt.
De aangestokene spirituslamp beweegt men eerst onder het glas heen en
weêr, opdat het gelijkelijk verhit worde, en laat dan de vlam onmiddellijk
tegen het glas aankomen; men behoeft niet bevreesd te zijn dat het springen
zal, zoo de wanden maar zeer dnn zijn.