Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 102 — .
Pkoef 19. (Het drijven.)
a. Op de eene schaal van eene gewone balans plaatst
men een tot den rand toe met water gevuld drinkglas, en
legt op de andere schaal juist zooveel gewigten, dat er even-
wigt is. Neemt men nu het glas van de schaal weg, en
dompelt er een stuk ijzer, bijv. een sleutel in, dan hebben
er twee zaken plaats: 1) de sleutel zal niet drijven, maar
zinken; 2) een weinig water zal over het glas loopen, en
wel zal er zooveel water uit het glas verdrongen worden,
als de sleutel ruimte inneemt. Waar thans de sleutel is, was
vroeger water; dit werd door het andere water gedragen;
was de sleutel niet zwaarder dan de verdrongene massa
water, dan zoude hij ook gedragen worden. Dat de sleutel
echter meer weegt, laat zich gemakkelijk aantoonen. Was
namelijk de sleutel even zwaar als een even groot volume
water, dan zoude het glas met den ingedompelden sleutel,
na het verlies van het verdrongene water, niet zwaarder zijn
dan voorheen, toen het enkel met water gevuld was. Plaatst
men het echter nu met den sleutel er in weder op de balans,
dan ziet men, dat het meer weegt; de sleutel is dus zwaar-
der dan do hoeveelheid water, die er door verdrongen is.
b. Op dezelfde wijze zoude men de proef kunnen doen
voor een ligchaam (een stuk hout), dat (specifiek) ligter is
dan water, waarbij men echter het te onderzoeken ligchaam
vast in de hand moet houden en geheel onderdompelen. In-
tusschen zoude de volgende verandering doelmatig kunnen
zijn. Men sluit een niet al te klein fleschje met eene kurk,
en legt het in een bak met water; het fleschje zal drijven. Hoe
vinden wij echter nu de hoeveelheid water, die even veel
ruimte beslaat als het fleschje? Klaarblijkelijk is die slechts
weinig meer dan de hoeveelheid water, die in het fleschje
kan bevat worden. Men tareert dus het ledige fleschje, door
het op de eene schaal te leggen, en op de andere zooveel
kleine gewigtjes, of hagelkorreltjes, als noodig is, om even-
wigt te maken; dan neemt men het flesclijo van de schaal en
vult het met water. Vervolgens plaatst men op de ledige
schaal evenveel gewigten als er reeds op de andere liggen,
neemt ze er weder uit, en plaatst ze alle op de eene schaal,