Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 100 — .
wet van de met elkander in gemeenschap zijnde vaten; de
straal stijgt echter, zoo als men ligt bemerken zal, nooit vol-
komen even hoog als het reservoir gelegen is, wegens de
zwaarte van de weder neêrvallende waterdeeltjes, de wrijving
van den straal, als hij uit de opening springt, en den weêr-
stand van de lucht.
Proef 16. (Het aaneenhangen van vloeibare en vaste ligcha-
men.) Afwijkingen van de wet van gemeenschap hebbende
vaten of buizen hebben plaats, wanneer de kracht van aan-
hang (adhaesie) werkzaam is.
a. Een bevochtigd staafje worde in een glas met water
gedompeld. Rondom het staafje zal de vloeistof hooger staan
dan op andere plaatsen in het glas. Tusschen het hout en
het water werkt eene aantrekkingskracht, het water blijft aan
het hout hangen, maakt het nat, en wordt er door opge-
trokken.
b. Een klein dun plankje worde van boven met water
bevochtigd, en een ander plankje daarop gelegd, welks be-
nedenkant men nat gemaakt heeft. Ligt men het bovenste
plankje op, dan zal het onderste daaraan blijven hangen.
c. Men geve bij het uitschenken van het water aan het
vat of glas eene geringe helhng; de vloeistof zal door den
buitenwand van hetzelve aangetrokken worden, en in plaats
van loodregt te vallen, langs hetzelve afloopen. Vloeibare
en vaste ligchamen, die elkander aanraken, worden dus door
eene aantrekkingskracht aan elkander vastgehouden, welke
men de kracht van aanhang of adhaesie noemt.
Toepassingen van dit aan elkander kleven zijn het schrij-
ven met inkt, het schilderen en verwen, het lijmen, het plak-
ken met stijfsel, het solderen en het vergulden.
Proef 17. (Het aaneenhangen van vaste ligchamen.) Lijm
en stijfsel kleven ook nog, als zij droog zijn geworden; daar-
om is het waarschijnlijk, dat ook twee vaste ligchamen, die
elkander aanraken, elkander wederkeerig aantnikken en vast-
houden. Om dit aan te toonen, snijde men een stuk elastieke
gom met de schaar in twee kleinere stukken en drukke ze