Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 99 — .
Wet. In twee vaten, die gemeenschap mot elkander heb«
ben, staat eene vloeistof even hoog.
Proef 15. {De springfontein.) Men schaft zich eene gla-
zen buis aan van nagenoeg een meter lang, van onderen
omgebogen als eene barometerbuis, en trekt het kortste been
voor een glasblazerslampje (Aeolipile) in eene fijne punt uit.
Vervolgens stoote men uit een medicijnfleschje den bodem,
sluite den hals van het fleschje met eene kurk, en steke
hierdoor het langere eind van de buis. Het fleschje vormt
dan eene soort van trechter, waarin men gemakkelijk water
kan schenken; het loopt door de glazen buis, stroomt door
het lange been naar beneden, en springt bij de opening van
het korte in de hoogte.
Dit is eene proef, die bij de kinderen bijzonder veel be-
langstelling wekt, en daarom is het hoogst wensclielijk deze
tc doen. Mogten echter de technische zwarigheden er van
terughouden, om dezen toestel van glas te maken, zoo zoude
men met geringe kosten eene blikken buis van dergelijken
vorm bij den blikslager kunnen laten maken.
Daar bij de volgende proeven geen aeolipile meer noodig
is, zoo moet men daarop opmerkzaam maken, dat, zoo mcH
de toestellen bezit, waarvan later zal gesproken worden, men
deze proef ook doen kan zonder andere zaken daarbij noodig
te hebben. De aldaar vermelde trechter loopt namelijk uit
in eene regte buis van 40 sl 50 duim lang. Men doorboort
de kurk van eene flesch mot wijden mond, en steekt de buis
van den trechter luchtdigt er door, zoodat zij slechts weinig
in het fleschje komt; daarna boort men in de kurk een tweede
rond gaatje en steekt daardoor een spits buisje, zoodat de
punt van hetzelve naar boven gerigt is. Het water loopt
van het bovenste, wijdere gedeelte van den trechter door
zijne buis in de kleine flesch, en dan springt het door het
spits buisje in de hoogte. •
Het medicijnfleschje, of het wijdere gedeelte van den trech-
ter, neemt in »het klein de plaats in van het hooger liggende
reservoir, de lange buis de buisleiding. Dat het water uit
de kortere buis in de hoogte stijgt, volgt gemakkelijk uit de