Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 95 — .
met een gewigt van drie pond op den kortoren hefboomsarm.
Analoge verschijnselen. Zoo ligten wij met den zoogenaam-
den pompzwengel de zware ijzeren pompstang op; zoo' snijdt
eene schaar het best digt bij het pennetje; met eene knijp-
tang kan men des te gemakkelijker spijkers uithalen, naar-
mate zij langer is. In het algemeen geldt de volgende
Wet. Hoe langer aan eenen hefboom de eene arm is, des
te minder kracht behoeft men daarbij aan te wenden, om
den last, die zich aan het andere uiteinde bevindt, op te ligten.
Proef 10. (De Tcatrol.)
a. In een ijzerwinkel schaffe men zich eene katrol aan,
onverschillig hoe groot. Elke katrol is eene cirkelvormige,
aan den omtrek uitgegroefde schijf, die om eene door haar
middenpunt gaande spil draaijen kan; de spil wordt door een
beugel gedragen, wiens beide armen een weinig verder dan
het midden van de katrol komen. De beugel wordt met de
eene hand vastgehouden, over de katrol een touw gedaan,
en aan deszelfs uiteinden gelijke gewigten, bijv. eerst ponden,
daarna halve ponden, opgehangen. Aan geen van beide zij-
den zal in dit geval een overwigt zijn.
Wet. Do katrol is in evenwigt, wanneer kracht en last
gelijk zijn.
h. Door eene katrol, die ergens vastgemaakt is, kan dus
het opligten van eenen last niet gemakkelijker gemaakt wor-
den; men gebruikt die dan ook met een ander doel. Men
late aan het eene uiteinde van het touw, dat over de katrol
loopt, een gewigt loodregt neerhangen, en trekke het andere
uiteinde van het touw op zijde in horizontale rigting. Met
behulp van de katrol is dus door de horizontale beweging der
trekkracht eene loodregte beweging van den last bewerkt, of
wel, de horizontale rigting der beweging is in eene loodregte
veranderd. De katrol wordt dus gebruikt om de rigting der
beweging te veranderen. Aan deuren ziet men katrollen,
waardoor de loodregte beweging van een gewigt eene hori-
zontale beweging van de te sluiten deur bewerkt; aan de
heistellingen trekken do werklieden naar beneden, en het
blok gaat naar boven.