Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 94 — .
schaal een overwigt, en de evenaar helt naar dien kant over.
b. Men plaatst, evenals in do 4''° Proef, eene liniaal
zoodanig, dat zij horizontaal ligt. Nu trekt men de liniaal
een paar duim meer naar den regterkant; dan zal zij het
evenwigt verliezen en er af vallen. De regtsche hefbooms-
arm is namelijk door het verschuiven van de liniaal langer
geworden dan de andere; hij weegt daardoor meer en ver-
krijgt daardoor het overwigt.
Analoge verschijnselen. "Wanneer wij regtop staan, en dan
plotseling eenen arm uitstrekken, dan helt het geheele lig-
chaam naar die zijde over, en wij moeten ons, om niet te
vallen, wat naar de andere zijde overbuigen; iemand, die een
last draagt, buigt zich voorover, opdat de last op zijnen rug
hem niet achterover trekke; de koorddanser, die vreest naar
de eene zijde van het koord af te vallen, strekt zijn balan-
ceerstok naar den anderen kant uit, en houdt zich daardoor
in evenwigt.
Proef 9. (De hefboom met ongelijke armen.) Om de ver-
houding tusschen last en kracht bij den hefboom met onge-
lijke armen te bepalen, verdeele men de lengte van de li-
niaal in drie gelijke deelen, en teekent de deelpunten aan.
Wilde men haar nu zoo op het vroeger gebruikte steunpunt
leggen, zoodat aan den eenen kant twee deelen van de li-
niaal kwamen te leggen, en aan den anderen slechts één,
dan had nien eenen hefboom met ongelijke armen, waarvan
de eene arm tweemaal langer zoude zijn dan de andere;
maar dan zoude de liniaal niet horizontaal blijven liggen.
Plaatst men echter vooraf aan het einde van den längsten
arm een gewigt van één pond, en op het einde van den
kortsten arm een gewigt van twee pond, en legt men nu de li-
niaal met het aangeteekende deelpunt voorzigtig op het steun-
punt; dan zal zij een' horizontalen stand aannemen. Het
eene pond van den tweemaal längeren hefboomsarm maakt
hier evenwigt met de twee ponden aan den korten hefbooms-
arm. Evenzoo zal men, als men den eenen arm driemaal
langer dan den anderen maakt, bevinden, dat een op des-
zelfs uiteinde geplaatst gewigt van één pond evenwigt maakt