Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— »2 —
steiler is; evenzoo is het moeijelijk een stellen trap op te
klimmen; de handladder, die de voerlieden bij het laden en
lossen gebruiken, maakt het opbrengen van don last des te
gemakkelijker, naarmate zij langer en minder steil is.
Wet. Hoe steiler een hellend vlak is, des te sneller rolt
of glijdt een ligchaam er af, en des te meer kracht is er
noodig, om het er tegen op te trekken.
Peoef 4. (Be gelijlcarmige hef hoorn.) Men maakt op een
klein plankje een houten regtop staand latje vast, ongeveer
vijftien duim hoog en vijf duim breed. Of men kiest tot
steunpunt een boek, en plaatst het zoo op de tafel, dat de
bolle zijde van den rug naar boven gekeerd is. Dan neemt
men eene liniaal of een stok, die overal even dik en even
zwaar is, en tracht dien zoo over het latje te leggen, dat
hij er niet afvalt. Is dit gelukt, dan zal men door meten
ïnet een duimstok ligt vinden, dat juist het midden van de
liniaal ondersteund of gedragen wordt. De eene kant van
de liniaal houdt den anderen in evenwigt', omdat zij volkomen
aan elkander gelijk zijn, en de zwaartekracht den eenen even-
zeer tracht er af te trekken, als den anderen. De hoofd-
zaak bij dezen toestel is de liniaal, die in'één punt zoo ge-
dragen wordt, dat zij er om heen draaijen kan; het is een
hefboom, even goed als eene staaf, die op eene plaats on-
dersteund is, en zich daar om kan bewegen.
Pkoef 5. (Last en Icracht hij den gelijkarmigen hefboom.)
De toestel, die bij de Proef gediend heeft, wordt aldus
verder gebruikt: Men neemt twee gelijke gewigten, bijv.
elk van een pond, en plaatst er een op elk uiteinde van
de als hefboom dienende en zich in evenwigt bevindende
liniaal. Daar aan beide kanten van den hefboom de gewig-
ten even groot zijn, zoo blijft hij, zonder zich te bewegen,
in evenwigt. Als ik nn het eene gewigt wegneem, en het
vrije uiteinde van de liniaal met de hand vasthoud, hoe groot
is dan de kracht, die ik moot aanwenden, om den last van
het naar beneden drukkende gewigt in evenwigt te houden ?
Klaarblijkelijk is daartoe eene kracht van een pond noodig.