Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 91 — .
Pkoep 2. (Het gewigt der ligchamen.) Legt men den zoo
even gebruikten looden kogel, of een gewigt, op de hand,
dan voelt men, dat de kogel eene druhhing daarop uitoefent.
Neemt men eene strook papier, van de grootte van een
octavoblad, aan de beide uiteinden, houdt men die horizon-
taal, zonder ze veel te spannen, en laat nu door een ander
den kogel er midden op leggen, dan ziet men, hoe deze het
midden van het papier naar beneden drukt.
Analoge verschijnselen met deze drukking, welke alle lig-
chamen uitoefenen op die, welke zich beneden hen bevinden,
vertoont de steen, die in den weeken grond inzakt, de brief-
drukker, die de brieven zamendrukt, en onze handelwijze bij
het inpakken van breekbare waren, welke wij nimmer onder
zwaardere leggen, waardoor zij gedrukt konden worden. Deze
drukking, eene werking der zwaartekracht, is des te groo-
ter, naarmate het ligchaam meer weegt. De grootte van de
drukking wordt door wegen bepaald.
Pkoef 3. (Het afglijden van een hellend vlak.) Op de ho-
rizontale tafel legge men een boek of eene lei, en daarop
een' looden kogel of een ander zwaar ligchaam. De kogel
ligt stil, hoewel de zwaartekracht hem naar den grond trekt;
want hij wordt door het boek of de tafel gedragen, terwijl
hij daarop door zijn gewigt eene drukking uitoefent. Zoodra
men echter den eenen kant van het boek opligt, zoodat het
schuins ligt, rolt de kogel er af; geeft men aan het boek
eenen nog schuineren stand, en legt men dan den kogel er
op, dan loopt hij nog sneller er af. Op den kogel werkt
de zwaartekracht; hij zoude vallen, zoo hij in het geheel
niet tegengehouden werd; hij ligt stil, en oefent slechts eene
drukking uit, als hij op de tafel ligt. Houdt men het boek
met den kogel een weinig schuins, dan drukt hij een weinig
minder, doch valt terstond, al is het dan ook langzaam,
daar hem een weg geopend is, om nader bij den grond te
komen. Geeft men aan het boek eene sterkere helling, dan
wordt dc kogel minder gedragen, doch valt dos te sneller.
Analoge verschijnselen. Het is voor de paarden moeijelijker
een wagen tegen eene helling op te trekken, naarmate zij