Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 90 — .
ting, volgens welke de zonnestralen op de aarde invallen,
niet verklaard worden zonder het begrip van loodregt en hori-
zontaal. Daartoe geven echter het schietlood en de balans de
aanschouwing. De rigting van het dieplood en de stand van den
evenaar van de balans zyn echter werkingen van de zwaarte-
kracht. Bovendien is het vallen der ligchamen een van de een-
voudigste verschijnselen, bekend genoeg om hiermede in ver-
band gebragt te worden, en gemakkelijk genoeg te verklaren,
om er mede te beginnen.
Zoo volge dan hier eene proeve van eene volgorde voor
het onderwijs volgens de aangewezene grondbeginselen, waarin
de eenvoudige hoofdproevcn geheel uitgewerkt en bijzonder
met het oog op het praktische behandeld zijn; de verklarin-
gen en wetten zijn echter meestai slechts aangeduid.
Peoep 1. (Het schietlood.) Men neemt een kogel van lood,
of hout, of eene andere stof, maakt er een' draad aan vast,
en houdt het vrije einde van den draad in de hand. De
beschouwing van dezen eenvoudigen toestel, dien metselaars
en timmerlieden dagelijks gebruiken, en het schietlood noe-
men, leert twee zaken: ten eerste, dat de rigting van den
draad overal dezelfde blijft, onverschillig in welk gedeelte
van de kamer men dien ophangt; overal heeft de draad eene
loodregte rigting. Ten tweede leert de waarneming, dat de
draad door het kogeltje gespannen wordt gehouden. Wan-
neer men het bovenste uiteinde van den draad in de eene
hand neemt, den kogel vervolgens met de andere hand in de
hoogte houdt, en dan de hand snel wegtrekt, dan valt de
kogel, zoover de vastgehoudene draad het toelaat.
Analoge verschijnselen. De steen, die van het dak valt,
regendruppels en sneeuwvlokken, die uit de wolken vallen,
een in de hoogte geworpene bal, die weder op den grond
valt, het blok bij de heistellingen, het gewigt aan het uur-
werk en aan landkaarten, die door de onderaan bevestigde
houten rollen gespannen worden gehouden. Uit dit alles volgt de
Wet, dat alle ligchamen op de aarde een streven hebben
om tot de aarde te naderen, en men kan ligtelijk tot de
zwaartekracht terugkeeren.