Boekgegevens
Titel: De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Auteur: Crüger, F.E.J.; Steyn Parvé, Daniel Jan
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1136 E 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203454
Onderwerp: Natuurkunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurkunde in de volksschool: eene bijdrage tot de methodische behandeling van het eerste onderwijs in de natuurkunde, tevens als leiddraad tot het doen van de eenvoudigste physische proeven
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 89 — .
leerstof, en dat dus deze voor de lagei-e school eene andere
volgorde vordert. Bovendien is voor de leerlingen eene zoo-
veel mogelijk trapswijze opklimming van het gemakkelijke
tot het moegelijkere noodig. Bij het belang van de lucht-
verschijnselen moet daarom door den geheelen gang van het
onderwijs eene zooveel mogelijk methodische volgorde van
deze merkbaar zijn. Van het onweêr kan eerst bij het einde
van den cursus gesproken worden, omdat het onweêr het
meest zamengestelde van alle atmospherische verschijnselen
is, en de bekendheid met den oorsprong van den wind, de
wolken, den regen en den hagel onderstelt. Het gemakke-
lijkste is het ontstaan van de wolken of van den wind,
moeijelijker dat van den dauw en den regen, nog moeijelij-
ker het ontstaan van den regenboog te begrijpen. Tot de
verklaring van deze verschijnselen is de kennis van belang-
rijke natuurkundige daadzaken noodig, welke men zoodanig
moet trachten op elkander te doen volgen, dat de verklaring
der luchtverschijnselen daaruit op eene natuurlgke en onge-
dwongene wijze, als 't ware van zelf, volgt. Daar nu die
luchtverschijnselen, die enkel op de Incht of het water be-
trekking hebben, het gemakkelijkst te verklaren zijn, zoo
zoude men met de verschijnselen der warmte moeten begin-
nen, omdat zij meestal hunnen oorsprong verschuldigd zijn
aan de afwisselende verwarming van den dampkring. Het is
toch ook de veranderlijke temperatuur van de lucht, waar-
van het meest gesproken wordt. Dat het heden vrij koud
is, dat men een warmen dag kon verwachten, zijn de ge-
wone spreekwijzen van het volk; en de afwisseling van de
warmte der lucht, die niet lang na den middag haar hoogste
punt bereikt, doch 's morgens en 's avonds geringer is, is
eene verandering, die alle dagen terugkeert en aan iedereen
bekend is. In de praktische uitvoering vertoonen zich ech-
ter, zoo men hiermede wU beginnen, zwarigheden, die daar-
door ontstaan, dat de leerling nog niet met de verschijnse-
len der zwaartekracht bekend is. Heeds het ontstaan van
den wind en het stijgen van den luchtbal brengen er op,
dat koude lucht zwaarder is dan verwarmde, en de dage-
lijksche afwisseling der warmte kan uit de verschillende rig-